Met dank aan de deelnemers van de Kabbala-studiegroep.

A

Adam HaRishon
De eerste mens. In de Kabbala ook de oorspronkelijke, gezamenlijke zielenstructuur waarin alle menselijke zielen hun wortel hebben.
Adam Kadmon
De eerste en meest omvattende spirituele structuur na de Tzimtzum. De naam betekent ‘oermens’, maar verwijst niet naar een menselijk wezen. In Adam Kadmon ligt de verdere ontvouwing van de werelden en Sefirot besloten.
Aggada
Het niet-halachische deel van de rabbijnse literatuur. Hieronder vallen verhalen, gelijkenissen en ethische of theologische beschouwingen.
Agol
Rond of cirkelvormig. Een spirituele vorm waarin geen onderscheid tussen hoger en lager wordt uitgedrukt. Agol staat tegenover de lijnvorm, waarin wel richting en maat verschijnen.
Akudim
De eerste van drie werelden die uit Adam Kadmon voortkomen. In Akudim zijn de tien Lichten nog samengebonden in één Klie en beschikken zij nog niet over afzonderlijke vaten.
Assiya
De wereld van handelen, de laagste van de vier werelden Atzilut, Briah, Yetzira en Assiya. Het laagste niveau van Assiya omvat de materiële werkelijkheid.
Atzilut
De wereld van emanatie, de hoogste van de vier werelden na Adam Kadmon. In Atzilut bestaat nog een zeer nauwe verhouding tussen het Licht en de vaten.
Atzmut
Essentie: dat wat iets in zichzelf is, voorafgaand aan de vormen en eigenschappen waarin het verschijnt. Wanneer het woord naar de goddelijke essentie verwijst, gaat het om wat buiten namen en beschrijvingen blijft.
Avir
Lucht. In de terminologie van Baal HaSulam wordt Avir ook gebruikt voor Ohr Chassadim, het Licht waarin Ohr Chochma zich kan kleden.
Avir Reikani
Letterlijk ‘lege lucht’. Ohr Chassadim voordat het Ohr Chochma in zich draagt. ‘Leeg’ betekent hier dus niet zonder Licht, maar zonder Ohr Chochma.
Avioet
De mate van dikte of intensiteit van de wil om te ontvangen in een Klie. Avioet behoort tot het verlangen of het vat, niet tot het Licht. Het tegenovergestelde is Zakoet: verfijning of transparantie.

B

Baal Sjem Tov
Rabbi Israël ben Eliëzer, bekend als de Besjt, grondlegger van het Chassidisme in de achttiende eeuw. De titel Baal Sjem Tov betekent ‘meester van de goede naam’.
Bechina
Onderscheiding, aspect of fase binnen een ontwikkelingsproces. In de Kabbala verwijst het woord vaak naar een bepaalde fase in de ontwikkeling van de wil om te ontvangen.
Bechina Dalet
De vierde en volledig ontwikkelde fase van de wil om te ontvangen, ook Malkhut van Ein Sof genoemd. Op deze Bechina vindt de eerste Tzimtzum plaats.
Briah
De wereld van schepping, de tweede van de vier werelden Atzilut, Briah, Yetzira en Assiya. In Briah wordt het bestaan van een schepsel als afzonderlijke werkelijkheid voor het eerst herkenbaar. Deze wereld wordt verbonden met Binah en het niveau Nesjama van de ziel.
Bitoesj
Letterlijk ‘botsing’ of ‘druk’. De wisselwerking tussen Ohr Pnimi en Ohr Makief op de Masach. Hierdoor verfijnt de Masach, neemt zijn Avioet af en trekt het Licht zich geleidelijk uit de Partsuf terug.

C

Chamor
Ezel. Chamor en Chomer, ‘materie’, bestaan uit dezelfde Hebreeuwse letters. De ezel kan daardoor worden gelezen als symbool van de materiële natuur die gedragen en getransformeerd moet worden.
Chalal
Ruimte of leegte. De spirituele ruimte die door de Tzimtzum verschijnt en waarbinnen een begrensde schepping mogelijk wordt. Het gaat niet om een fysieke ruimte of om de afwezigheid van de Bron.
Chayoet
Levenskracht. Het Licht of de bezielende kracht waardoor een vorm leeft en werkzaam is.
Chidoesj
Vernieuwing. Het verschijnen van een nieuw onderscheid, inzicht of nieuwe vorm die eerder nog niet zichtbaar was.

D

Dwekoet
Letterlijk ‘hechting’ of ‘kleven’. Een toestand van verbondenheid met de Bron die ontstaat door gelijkvormigheid: de menselijke intentie en wil worden steeds meer afgestemd op geven.

E

Ein Sof
Letterlijk ‘zonder einde’. Een benaming voor de Bron voor zover daarover geen grens, maat of eigenschap kan worden uitgesproken. Ein Sof bevindt zich buiten tijd en ruimte en blijft voor het menselijke denken onkenbaar.
Elohim
Een van de namen van God. Binnen de Kabbala wordt Elohim verbonden met wetten, maat en begrenzing. Het woord heeft dezelfde getalswaarde, 86, als ha-teva, ‘de natuur’. Dit wijst op een betekenisvolle verbinding, zonder God en de natuur eenvoudig aan elkaar gelijk te stellen.
Emanatie
Het trapsgewijs verschijnen of uitvloeien van het goddelijke Licht vanuit de Bron. Bij emanatie wordt de oorsprong niet verdeeld of verminderd; het Licht wordt binnen opeenvolgende niveaus in steeds begrensdere vormen ontvangen.

G

Gadloet
Letterlijk ‘grootheid’. Een toestand van spirituele volwassenheid of verruiming waarin een Partsuf over volledigere vaten beschikt en meer Licht met de juiste intentie kan ontvangen. Het tegenovergestelde is Katnoet.
Gvoel
Grens. Een begrenzing die onderscheid, vorm en meetbaarheid mogelijk maakt.
Guf (Goef)
Lichaam. Binnen een Partsuf is dit het gedeelte waarin de beslissing die in de ‘Rosj’ wordt genomen, wordt uitgevoerd en het Licht binnen de grenzen van de Masach wordt ontvangen. Het gaat niet om een fysiek lichaam.

H

Halacha
Letterlijk ‘de weg die gegaan wordt’. De praktische en juridische traditie waarin de richtlijnen van de Thora worden onderzocht, uitgelegd en toegepast.
Hamsjacha
Het aantrekken of laten doorwerken van Licht vanuit een hogere naar een lagere fase. De behoefte of het verlangen van het ontvangende vat brengt deze beweging op gang.
He’ara
Verlichting. Een beperkte uitstraling of werking van het Licht binnen een vat, niet het Licht in zijn volledige omvang.
Histakloet Pnimit
Innerlijke beschouwing of contemplatie. Een begrip of proces wordt niet alleen als een kosmische structuur onderzocht, maar ook vanuit de vraag wat het binnen het menselijke bewustzijn betekent.
Hisjtavoet Tsoera
Gelijkvormigheid. Overeenkomst in eigenschap of intentie tussen twee spirituele vormen. Hoe groter de gelijkvormigheid, hoe kleiner de spirituele afstand en hoe sterker de Dwekoet.
Hitbodedoet
Letterlijk ‘afzondering’. Een vorm van persoonlijke contemplatie en gebed die vooral met rabbi Nachman van Breslov wordt verbonden. Gedachten en gevoelens worden daarbij in eigen woorden uitgesproken.
Hitgabroet
Overwinning of versterking. De kracht om niet automatisch door de onmiddellijke wil om te ontvangen te worden bepaald en ruimte te maken voor een andere intentie.
Hitpasjtoet
Uitbreiding of verspreiding. Het proces waarin Licht zich van een hogere naar een lagere fase door een vat verspreidt. Dit beschrijft geen fysieke verplaatsing, maar een verandering in openbaring en ontvangst.

I

Igul
Cirkel. Een spirituele ordening zonder begin of einde en zonder onderscheid tussen hoger en lager, rechts en links. Alle punten verhouden zich gelijk tot het middelpunt. Het meervoud is Igulim.

J

J-H-W-H
De vierletterige Naam van God: jod–hé–wav–hé. De Naam wordt niet uitgesproken zoals zij geschreven staat en wordt binnen de Kabbala vaak aangeduid als Havaja. De letters worden verbonden met ‘was, is en zal zijn’ en met de vier fasen waarin het Licht zich ontvouwt.

K

Kabbala
Een Joodse mystieke traditie. Het woord betekent ‘ontvangst’ of ‘dat wat ontvangen is’ en verwijst naar wijsheid die wordt ontvangen en doorgegeven. De Kabbala onderzoekt de verhouding tussen Ein Sof, de schepping en het menselijke bewustzijn door middel van begrippen als Licht, Klie, Sefirot en werelden.
Kasjioet
Weerstand of hardheid. De kracht van de Masach om het binnenkomende Licht niet automatisch te ontvangen. Avioet bepaalt de sterkte van het verlangen; Kasjioet bepaalt hoeveel weerstand daartegenover kan worden geplaatst.
Katnoet
Letterlijk ‘kleinheid’. Een onvolledige of nog niet volgroeide toestand waarin slechts een deel van de vaten actief is en een beperktere mate van Licht kan worden ontvangen. Het tegenovergestelde is Gadloet.
Kav
Lijn. De gemeten en gerichte uitbreiding van het Licht binnen de Chalal na de Tzimtzum. Door de Kav ontstaan richting, volgorde, afstand en meetbaarheid.
Keter
Kroon, de eerste en hoogste Sefira. Keter is de wortel van de Sefirot en vertegenwoordigt de oorspronkelijke wil of intentie voordat deze als een bepaalde gedachte of vorm verschijnt. Keter staat bovenaan de Middellijn en wordt ook met Ayin, het Mysterie, verbonden.
Ketoevim
Geschriften. Het derde deel van de Tenach, naast de Thora en de Neviim. Tot de Ketoevim behoren onder andere Psalmen, Spreuken, Job en de vijf rollen.
Klipa
Letterlijk ‘schil’ of ‘omhulsel’. Een vorm die het aanwezige Licht bedekt en begrenst. Zoals een schil een vrucht tijdelijk kan beschermen, kan een Klipa een noodzakelijke begrenzing vormen. Wanneer het omhulsel zichzelf echter als zelfstandig beschouwt en het Licht vasthoudt voor zichzelf, wordt het een belemmering.
Klipot
Meervoud van Klipa. Verhullende of zelfgerichte vormen waarin vonken van Licht verborgen kunnen raken.
Klie
Vat of vorm. Het verlangen waarin het Licht wordt ontvangen en kenbaar wordt. Zonder Klie kan het Licht niet als een bepaalde ervaring of eigenschap worden onderscheiden.
Komah
Hoogte of spirituele gestalte. De maat van een spiritueel niveau of een Partsuf, bepaald door de verhouding tussen de Avioet van het verlangen, de kracht van de Masach en het voortgebrachte Ohr Chozer. Het gaat niet om fysieke hoogte.

M

Maatzil
De uitstralende of emanerende Bron. Het hogere niveau dat Licht voortbrengt of doorgeeft aan de Ne’etzal, het niveau dat ontvangt.
Malkhut
Koningschap, de tiende Sefira. Malkhut ontvangt wat de negen voorafgaande Sefirot doorgeven en vormt het verlangen waarin het Licht tot uitdrukking kan komen. Binnen de vier Bechinot komt zij overeen met Bechina Dalet.
Mar’ah
Spiegel of visioen. Een beeld waarin iets dat niet rechtstreeks zichtbaar is, via een ontvangende vorm kan worden waargenomen.
Masach
Scherm. De kracht in een Klie die automatische ontvangst begrenst. Door de ontmoeting tussen Ohr Elyon en de Masach ontstaat Ohr Chozer, waarmee wordt bepaald hoeveel Licht met de juiste intentie kan worden ontvangen.
Meroeba
Vierkant. Een vorm met vier zijden die begrenzing, maat en een geordende ruimte uitdrukt.
Mesjoelasj
Driehoek. Een vorm waarin drie lijnen of krachten zich tot één samenhangende structuur verbinden.
Midrasj
Letterlijk ‘zoeken’ of ‘onderzoeken’. Een methode en literatuurvorm waarin de tekst van de Tenach door vragen, uitleg en nieuwe verbindingen wordt onderzocht.
Midrasj Aggada
Midrasj die verhalende, ethische en theologische betekenissen onderzoekt en vaak gebruikmaakt van verhalen en gelijkenissen.
Midrasj Halacha
Midrasj die de praktische en juridische betekenis van de Thora onderzoekt.
Mikwe
Een ritueel bad binnen het Jodendom, gebruikt bij de overgang van een toestand van onreinheid naar reinheid.
Misjna
De centrale vroege verzameling van de Mondelinge Thora, rond het jaar 200 samengesteld onder leiding van rabbi Jehoeda HaNasi. De Misjna vormt de basis van de Talmoed.
Mitzvot
Meervoud van mitzva: geboden en richtlijnen binnen de Joodse traditie. In de Kabbala worden Mitzvot ook beschouwd als handelingen waardoor verbinding en herstel binnen de werelden mogelijk worden.

N

Nachasj
Slang. Hetzelfde Hebreeuwse woordveld verwijst ook naar het zoeken naar voortekenen of waarzeggerij. Daardoor kan Nachasj zowel een slang als een misleidende vorm van waarnemen symboliseren.
Nefesj
Het eerste van de vijf niveaus van de menselijke ziel. Nefesj wordt verbonden met de wereld Assiya en met de levenskracht die het dichtst bij handelen en de materiële werkelijkheid staat.
Ne’etzal
Dat wat geëmanieerd is en Licht ontvangt van de Maatzil. Een Ne’etzal wordt als afzonderlijke spirituele vorm herkenbaar door zijn wil om te ontvangen.
Ne’etzalim
Meervoud van Ne’etzal: de spirituele vormen of schepselen die Licht van de Maatzil ontvangen.
Nesjama
Het derde van de vijf niveaus van de menselijke ziel: Nefesj, Roeach, Nesjama, Chaja en Jechida. Nesjama wordt verbonden met Binah en de wereld Briah.
Nesjamot
Meervoud van Nesjama: zielen.
Neviim
Profeten. Het tweede deel van de Tenach, naast de Thora en de Ketoevim.
Nimsjach
Letterlijk ‘getrokken’ of ‘voortgebracht’. Het woord beschrijft hoe Licht vanuit een hoger niveau naar een lager niveau wordt doorgetrokken. De Kav is een vorm van zo’n gerichte uitbreiding.

O

Ohr Chochma
Licht van Wijsheid. Het Licht van vervulling en inzicht dat rechtstreeks uit de Bron voortkomt. Ohr Chochma kan alleen blijvend worden ontvangen wanneer het zich in Ohr Chassadim kleedt.
Ohr Chozer
Terugkerend of gereflecteerd Licht. Het Licht dat door de Masach aanvankelijk wordt teruggewezen. Daarna vormt het de kleding en de maat waarmee Ohr Yashar met de juiste intentie kan worden ontvangen.
Ohr Chassadim
Licht van geven of barmhartigheid. Het ontstaat vanuit het verlangen om te geven en vormt de kleding waarin Ohr Chochma ontvangen en geopenbaard kan worden.
Ohr Elyon
Het Hogere Licht. Een algemene benaming voor het Licht dat van de Maatzil naar de Ne’etzal uitgaat. Het Licht zelf verandert niet; de verschillen ontstaan in de vaten die het ontvangen.
Ohr Makief
Omringend Licht. Het deel van het Licht dat nog niet als Ohr Pnimi in de Partsuf kan worden ontvangen, omdat daarvoor nog geen geschikt vat aanwezig is. Het blijft als mogelijkheid buiten de huidige grens van ontvangst.
Ohr Nimsjach
Letterlijk ‘getrokken Licht’. Licht dat door het verlangen van een Klie vanuit een hoger niveau wordt aangetrokken. Het is geen afzonderlijk soort Licht, maar beschrijft de beweging naar het ontvangende vat.
Ohr Pasjoet
Eenvoudig of ongedifferentieerd Licht. Licht voordat daarin door de verhouding tot een bepaald vat verschillende eigenschappen of vormen worden onderscheiden.
Ohr Pnimi
Innerlijk Licht. Het deel van het binnenkomende Licht dat binnen de Partsuf, overeenkomstig de kracht van de Masach, werkelijk kan worden ontvangen.
Ohr Yashar
Direct Licht. Het Licht dat rechtstreeks van de Maatzil naar de Ne’etzal wordt uitgebreid, voordat het de Masach ontmoet.
Olam
Wereld. Een spiritueel niveau waarin het Licht op een bepaalde wijze wordt verborgen en geopenbaard. Het woord wordt binnen de Kabbala verbonden met he’elem: verborgenheid.
Olam ha-Zeh
Letterlijk ‘deze wereld’. Het niveau waarop de werkelijkheid als materieel, afzonderlijk en door tijd en ruimte begrensd wordt ervaren.
Olamot
Meervoud van Olam: werelden. De vijf hoofdwerelden zijn Adam Kadmon, Atzilut, Briah, Yetzira en Assiya.
Otiot
Letters. In de Kabbala zijn letters vormen of vaten waardoor een innerlijke kracht, gedachte of intentie zichtbaar en overdraagbaar wordt.

P

Pardes
Letterlijk ‘boomgaard’. Ook een aanduiding voor vier manieren om de Thora te lezen: Psjat, de directe betekenis; Remez, de verwijzende betekenis; Drasj, de onderzoekende uitleg; en Sod, de verborgen of mystieke betekenis.
Partsuf
Letterlijk ‘gezicht’ of ‘verschijningsvorm’. Een volledige spirituele structuur waarin tien Sefirot als één samenhangend geheel functioneren. Een Partsuf bestaat uit een Rosj, Guf en Sof.
Partsufim
Meervoud van Partsuf: spirituele structuren die ieder uit tien samenwerkende Sefirot bestaan.
Pasjoet
Eenvoudig of ongedifferentieerd. Een toestand waarin nog geen samengestelde vormen of afzonderlijke eigenschappen worden onderscheiden.
Peh
Mond. Binnen een Partsuf is Peh de plaats van de Masach in Malkhut van de Rosj. Hier wordt bepaald hoeveel van het binnenkomende Licht in de Guf kan worden ontvangen.
Pnim
Binnenkant of innerlijk. Het verwijst naar het innerlijke aspect van een spirituele vorm, niet naar een fysieke binnenruimte. Pnimi betekent ‘innerlijk’ of ‘vanbinnen’.

R

Ratzon
Wil of verlangen. In de Kabbala vormt de wil om te ontvangen de grondstof van het schepsel en daarmee de basis van iedere Klie. De intentie bepaalt welke vorm dit verlangen aanneemt.
Resjimo
Indruk, herinnering of spiritueel gegevensspoor dat in een Klie achterblijft nadat het Licht zich heeft teruggetrokken. Een Resjimo draagt informatie uit de vorige toestand en vormt de basis voor een volgende ontwikkeling. Het meervoud is Resjimot.
Roeach
Wind, adem of geest. Het tweede van de vijf niveaus van de menselijke ziel. Roeach wordt verbonden met de wereld Yetzira en met beweging, gevoel en de verhouding tot anderen.
Rosj
Letterlijk ‘hoofd’. Het gedeelte van een Partsuf waarin de berekening en beslissing plaatsvinden. In de Rosj wordt bepaald hoeveel Licht met de juiste intentie in de Guf kan worden ontvangen. Het gaat niet om een fysiek hoofd.

S

Sefer Yetzira
Het Boek van Formatie. Een vroege mystieke tekst die de schepping beschrijft aan de hand van 32 paden van wijsheid: tien Sefirot Belima en de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet.
Sefer ha-Zohar
Het Boek van Schittering. Een centraal werk binnen de Kabbala, grotendeels geschreven in het Aramees en opgebouwd als een mystieke uitleg van de Thora. Traditioneel wordt de Zohar verbonden met rabbi Sjimon bar Jochai; de tekst verscheen in de dertiende eeuw in Spanje.
Sefira
Een werkzaam aspect of een kracht waardoor het Licht van Ein Sof zich in een bepaalde vorm kan openbaren. Een Sefira is geen afzonderlijke goddelijke macht, maar maakt deel uit van een samenhangend proces.
Sefirot
Meervoud van Sefira. De tien Sefirot vormen samen een structuur waarin het Licht zich trapsgewijs ontvouwt en door de vaten kan worden ontvangen.
Sjefa
Overvloed of toestroming. De voortdurende stroom van levenskracht en Licht vanuit een hogere naar een lagere vorm.
Sjechina
De goddelijke aanwezigheid voor zover deze binnen de schepping woont en ervaren kan worden. De Sjechina wordt vaak verbonden met Malkhut. De grammaticaal vrouwelijke vorm verwijst niet naar een afzonderlijke vrouwelijke godheid.
Sjinoei Tsoera
Verandering of verschil van vorm. Een verschil in eigenschap of intentie veroorzaakt spirituele afstand. Het tegenovergestelde is Hisjtavoet Tsoera: gelijkvormigheid.
Sjoresj
Wortel. De hogere spirituele oorzaak waaruit een lagere vorm of ‘tak’ voortkomt. De verhouding tussen wortel en tak vormt de basis van de taal van de Kabbala.
Sitra Achra
Letterlijk ‘de andere zijde’. Een benaming voor vormen waarin de wil om te ontvangen op zichzelf gericht raakt en daardoor van zijn wortel gescheiden lijkt. De Sitra Achra verbergt het Licht, maar vormt geen zelfstandige macht naast de Bron.
Sof
Einde. Binnen een Partsuf de grens waaronder het Licht niet kan worden ontvangen, omdat daar geen voldoende sterke Masach aanwezig is.
Sijoem
Voltooiing of afsluiting. Het punt waarop een spirituele structuur of een bepaald proces eindigt. Sijoem benadrukt de beëindiging; Sof de begrenzing die daardoor ontstaat.
Sjana
Jaar. Het woord wordt ook verbonden met herhaling en verandering: een cyclus waarin iets terugkeert, maar in een nieuwe vorm kan verschijnen.

T

Taboer
Navel. Binnen een Partsuf is de Taboer de grens tussen Toch en Sof. Tot aan deze grens kan het Licht als Ohr Pnimi worden ontvangen; daaronder eindigt deze vorm van ontvangst.
Tachtonim
De lageren of lagere niveaus. Spirituele vormen die ontvangen van een hoger niveau. ‘Hoger’ en ‘lager’ verwijzen naar oorzaak en gevolg of naar de mate van gelijkvormigheid, niet naar een fysieke plaats.
Tahor
Rein of zuiver. Een toestand waarin iemand of iets geschikt is om met het heilige in aanraking te komen. Tahor betekent niet eenvoudig ‘goed’ of moreel volmaakt.
Talmoed
Letterlijk ‘studie’ of ‘leren’. De Talmoed bevat de Misjna en de rabbijnse gesprekken en onderzoeken daaromheen, de Gemara. Er bestaan een Jeruzalemse en een Babylonische Talmoed.
Tamei
Onrein. Een toestand waarin iemand of iets tijdelijk niet geschikt is voor bepaalde vormen van contact met het heilige. Tamei betekent niet ‘slecht’ of zondig. Het tegenovergestelde is Tahor.
Tiferet
Schoonheid of harmonie, de zesde Sefira. Tiferet staat op de Middellijn en verbindt de gevende beweging van Chesed met de begrenzende kracht van Gevurah.
Tikkoen
Herstel, correctie of ordening. Het proces waarin een verlangen of Klie een vorm ontwikkelt waarin het Licht met de juiste intentie kan worden ontvangen. Tikkoen kan ook verwijzen naar het herstel van de gebroken vaten en de werelden.
Toch
Binnenste of inhoud. Het gedeelte van de Guf tussen Peh en Taboer waarin het Licht, overeenkomstig de beslissing in de Rosj, werkelijk als Ohr Pnimi wordt ontvangen.
Tsoera
Vorm. Niet de uiterlijke vorm van iets, maar de innerlijke eigenschap of intentie die bepaalt hoe een verlangen werkzaam is.
Tzimtzum
Beperking of terughouding. De eerste Tzimtzum vindt plaats wanneer Malkhut besluit het Licht niet langer automatisch voor zichzelf te ontvangen. Hierdoor ontstaat ruimte voor keuze, Masach en ontvangst met een andere intentie. Het gaat niet om een fysieke terugtrekking van God.

Y

Yashar
Recht of direct. Het woord beschrijft een gerichte beweging zonder omweg. In Ohr Yashar gaat het om het Licht dat rechtstreeks van de Maatzil naar de Ne’etzal wordt uitgebreid.
Jechida
Eenheid, het vijfde en hoogste niveau van de menselijke ziel. Jechida verwijst naar het punt waarop geen afzondering van de Bron wordt ervaren. Dit niveau wordt verbonden met Keter en de wereld Adam Kadmon.
Yesod
Fundament, de negende Sefira. Yesod bevindt zich op de Middellijn en verzamelt de krachten van de voorafgaande Sefirot om ze aan Malkhut door te geven. Yesod verbindt daardoor potentieel met concrete verschijning.
Yetzira
De wereld van formatie, de derde van de vier werelden Atzilut, Briah, Yetzira en Assiya. Yetzira wordt verbonden met Zeir Anpin, het niveau Roeach van de ziel en met beweging en emotie.

Z

Zach
Helder, zuiver of verfijnd. Het woord beschrijft een vorm waarin weinig Avioet aanwezig is.
Zakoet
Verfijning, helderheid of transparantie. Zakoet geeft aan dat de Avioet van een Klie of Masach is afgenomen. Het tegenovergestelde is Avioet.
ZA (Zeir Anpin)
Letterlijk ‘klein aangezicht’. Een spirituele structuur die bestaat uit de zes Sefirot Chesed, Gevurah, Tiferet, Netzach, Hod en Yesod. Zeir Anpin ontvangt vanuit Binah en geeft het ontvangen Licht door aan Malkhut.
Zievoeg de Hakaa
Letterlijk ‘verbinding door botsing’. De ontmoeting tussen Ohr Elyon en de Masach, waarbij het Licht eerst wordt teruggewezen. Hierdoor ontstaat Ohr Chozer en kan worden bepaald hoeveel Licht met de juiste intentie ontvangen kan worden. Zievoeg de Hakaa is dus niet hetzelfde als Bitoesj.
Zohar
Schittering of glans. De gebruikelijke korte naam voor Sefer ha-Zohar, het centrale mystieke werk dat de Thora in een symbolische en kabbalistische taal onderzoekt.