PaRDeS is de traditionele benaming voor vier manieren waarop een tekst uit de Thora kan worden gelezen: Psjat, Remez, Droesj en Sod. De beginletters van deze vier woorden vormen samen פרדס, Pardes, dat in het Hebreeuws ‘boomgaard’ betekent. Het woord is door zijn oude taalkundige oorsprong ook verwant aan het woord ‘paradijs’. Het beeld van een boomgaard past bij een tekst waarin verschillende soorten betekenis naast en door elkaar kunnen groeien.

Een volwassen boom waarvan de zichtbare kroon, subtiele patronen, wortels en een diep licht vier betekenislagen vormen

De eerste benadering, Psjat, verwijst naar de eenvoudige of directe betekenis van de tekst. ‘Eenvoudig’ betekent hier niet oppervlakkig. Psjat vraagt juist om aandacht voor de woorden, grammatica, context en opbouw van een passage. Het doel is te begrijpen wat de tekst binnen zijn eigen taal en omgeving zegt, voordat er andere betekenislagen aan worden toegevoegd.

Remez betekent ‘hint’ of ‘toespeling’. Op dit niveau wordt onderzocht waar de tekst naar verwijst zonder dit rechtstreeks uit te spreken. Een woord, getal, herhaling of bijzondere formulering kan naar een andere gebeurtenis of een ruimer patroon verwijzen. Nachmanides leest de zes scheppingsdagen bijvoorbeeld als een verwijzing naar zes millennia van menselijke geschiedenis, gevolgd door een zevende tijdperk dat met de Sjabbat wordt verbonden. Deze betekenis vervangt de scheppingsdagen niet, maar leest daarin een aanvullende beweging.

Droesj is afgeleid van een werkwoord dat ‘zoeken’, ‘onderzoeken’ of ‘uitleggen’ betekent. Het is de verklarende en Midrasjische manier van lezen, waarbij teksten met elkaar worden verbonden en woorden of gebeurtenissen worden onderzocht op hun morele, spirituele en theologische betekenis. Droesj kan gebruikmaken van verhalen, vergelijkingen, woordspelingen en allegorieën. De Midrasj vraagt daardoor niet alleen wat er in de tekst gebeurt, maar ook wat de tekst van de lezer vraagt.

Sod betekent ‘geheim’ of ‘mysterie’ en verwijst naar de esoterische uitleg van de Thora. Hier wordt de tekst gelezen vanuit de taal en structuur van de Kabbala. Personen, plaatsen, getallen en gebeurtenissen kunnen worden begrepen als uitdrukkingen van de Sefirot, de werelden en de beweging tussen Licht en Vat. Nachmanides noemt deze wijze van uitleg dikwijls derech ha-emet, ‘de weg van de waarheid’. De tekst wordt dan niet alleen gelezen als een verhaal over gebeurtenissen, maar ook als een beschrijving van processen binnen de schepping en het bewustzijn. De Levensboom vormt een van de belangrijkste modellen om deze samenhang te verstaan.

De vier benaderingen zijn geen treden waarbij de ene betekenis moet verdwijnen zodra een diepere wordt gevonden. Psjat blijft bestaan wanneer Remez, Droesj of Sod wordt onderzocht. Iedere benadering opent een andere manier van waarnemen en kan zelf opnieuw meerdere betekenislagen bevatten. Vanuit het Chassidisme wordt bovendien gezocht naar de innerlijke levenskracht die de vier benaderingen met elkaar verbindt.

Het PaRDeS-model kan ook buiten de directe studie van de Thora helpen om bewuster te lezen en waar te nemen. Een literair werk heeft een zichtbare verhaallijn, maar kan tegelijk verwijzingen, symbolen en diepere thema’s bevatten. In een gesprek is er wat letterlijk wordt gezegd, maar ook wat wordt aangeduid of onuitgesproken blijft. Ook een ervaring kan worden onderzocht vanuit haar concrete verloop, haar verbanden met andere ervaringen en haar innerlijke betekenis.

PaRDeS biedt zo geen methode om achter iedere zin een geheim te zoeken, maar een oefening in aandacht. Het helpt voorkomen dat een tekst tot slechts één uitleg wordt beperkt. De boomgaard van betekenis ontstaat wanneer de verschillende manieren van lezen naast elkaar mogen bestaan en elkaar verder openen.