De heilige taal en het menselijke connectoom lijken op het eerste gezicht tot twee verschillende werelden te behoren. De ene komt voort uit een eeuwenoude visie op letters, woorden en schepping; de andere uit modern hersenonderzoek. Toch maken beide zichtbaar dat betekenis niet uitsluitend in afzonderlijke elementen aanwezig is, maar vooral ontstaat door de verbindingen tussen die elementen.

Het menselijke connectoom is het geheel van structurele en functionele verbindingen in de hersenen. Het kan worden voorgesteld als een omvangrijk netwerk waarin verschillende hersengebieden voortdurend informatie uitwisselen. Dit netwerk is niet volledig vastgelegd. Door ervaring, aandacht en leren kunnen bestaande verbindingen worden versterkt en kunnen functies zich binnen het netwerk opnieuw organiseren. Dit vermogen wordt neuroplasticiteit genoemd.

Ook taal is geen verzameling op zichzelf staande tekens. Een letter krijgt betekenis door haar verhouding tot andere letters; een woord door zijn plaats binnen een zin; een zin door de wereld van ervaringen en associaties die zij oproept. Wanneer iemand een woord leest, hoort of uitspreekt, worden klank, vorm, herinnering, betekenis en emotie met elkaar verbonden.

Binnen de Kabbala wordt het Hebreeuws aangeduid als Lashon HaKodesh (לְשׁוֹן הַקֹּדֶשׁ; fonetisch: la-sjon ha-ko-desj), de heilige taal. Heilig betekent hier niet alleen dat de taal voor religieuze teksten wordt gebruikt. De letters worden beschouwd als grondvormen waardoor onderscheid, verhouding en betekenis kunnen ontstaan. In de Sefer Yetzirah (סֵפֶר יְצִירָה; fonetisch: see-fer jet-sie-ra) worden de tweeëntwintig letters beschreven als elementaire krachten waarmee de werkelijkheid wordt gevormd.

Een menselijk connectoom waarin Hebreeuwse letters als lichtende knooppunten nieuwe verbindingen laten groeien

De Hebreeuwse taal is voor een groot deel opgebouwd rond woordwortels. Zo’n wortel, sjoresj (שֹׁרֶשׁ; fonetisch: sjo-resj), bestaat meestal uit drie medeklinkers. Vanuit dezelfde wortel kunnen verschillende woorden ontstaan die een betekenisveld met elkaar delen. Niet alle Hebreeuwse woorden komen dus uit één gemeenschappelijke wortel, maar binnen iedere woordfamilie blijft een onderlinge verwantschap herkenbaar.

Kabbalisten onderzoeken daarnaast de verbindingen die door het combineren en herschikken van letters zichtbaar kunnen worden. Deze methode wordt Tseroef ha-Otiot (צֵרוּף הָאוֹתִיּוֹת; fonetisch: tse-roef ha-o-tie-jot) genoemd: het verbinden of combineren van de letters. Dit is geen gewone grammaticale regel waarmee willekeurig nieuwe woorden worden gemaakt. Het is een interpretatieve en meditatieve methode waarmee verborgen verhoudingen tussen woorden, klanken en betekenissen worden onderzocht.

Hier ontstaat de overeenkomst met het connectoom. Zoals een afzonderlijk neuron slechts binnen een netwerk kan functioneren, krijgt ook een letter haar werking binnen een netwerk van verbindingen. Een Hebreeuwse wortel kan zich vertakken in woorden, beelden en begrippen. Iedere nieuwe ontmoeting met een tekst kan vervolgens bestaande kennis verbinden met herinneringen, vragen en nieuwe inzichten.

Dat betekent niet dat de bijzondere werking van de heilige taal door een hersenscan kan worden bewezen. Neurowetenschap en Kabbala beschrijven verschillende niveaus van werkelijkheid en gebruiken ieder hun eigen taal. Wel weten we dat aandachtige studie en taalverwerving samenhangen met veranderingen in de wijze waarop hersennetwerken functioneren en zich organiseren. De oude voorstelling van letters die nieuwe verbindingen openen, krijgt hierdoor een betekenisvolle hedendaagse analogie.

Het connectoom kan zo worden gezien als een levende ontvangende structuur. Taal beweegt zich door dit netwerk en laat er sporen in achter. Wanneer dezelfde tekst opnieuw wordt gelezen, is de lezer niet meer dezelfde als bij de eerste ontmoeting. Nieuwe ervaringen hebben andere verbindingen mogelijk gemaakt, waardoor ook oude woorden opnieuw betekenis kunnen krijgen.

De heilige taal blijft het menselijke connectoom daarom niet eenvoudig met steeds meer informatie vullen. Zij kan nieuwe verbindingen laten ontstaan tussen klank en betekenis, tussen tekst en ervaring, en tussen het zichtbare woord en de werkelijkheid waarnaar het verwijst. In die voortdurende beweging groeit niet alleen het netwerk van kennis, maar ook het vermogen om verbanden waar te nemen die eerder verborgen bleven.