Aartsvader Jakob, in het Hebreeuws Jaakov (יַעֲקֹב), wordt binnen de chassidische en kabbalistische traditie beschouwd als de Merkava, of coach, voor Tiferet. Tiferet wordt meestal vertaald als schoonheid of harmonie. Binnen de structuur van de Levensboom is het de kracht die verschillende en soms tegengestelde eigenschappen met elkaar in een levende verhouding brengt.

Tiferet bevindt zich tussen Chesed en Gevurah. Chesed opent en geeft, terwijl Gevurah begrenst en onderscheid maakt. Tiferet is niet eenvoudigweg een compromis tussen beide. Het is een derde kracht die onderzoekt wat een situatie werkelijk nodig heeft en daardoor geven en begrenzen op een passende manier met elkaar verbindt.

Jakob belichaamt deze eigenschap als zoon van Abraham en Isaak. Abraham wordt verbonden met Chesed en Isaak met Gevurah. In Jakob komen deze twee bewegingen samen zonder dat een van beide verdwijnt. Hij draagt de openheid van Abraham en de innerlijke kracht van Isaak, maar ontwikkelt daaruit een eigen weg.

Daarom wordt Tiferet ook verbonden met Emet (אֱמֶת), waarheid. In het boek Micha staat: ‘Geef waarheid aan Jakob.’ Waarheid betekent hier niet alleen het kennen of uitspreken van feiten. Zij verwijst naar het vermogen verschillende aspecten van de werkelijkheid zo met elkaar te verbinden dat een dieper en vollediger beeld ontstaat. Schoonheid verschijnt wanneer verschillen niet worden uitgewist, maar binnen een samenhang hun juiste plaats krijgen.

Een belangrijk beeld hiervan is Jakobs droom over de ladder. Tijdens zijn reis legt hij zijn hoofd op een steen en ziet hij een ladder die op de aarde staat en tot aan de hemel reikt. Engelen stijgen langs de ladder op en dalen erlangs neer. De ladder verbindt boven en beneden, het spirituele en het materiële, zonder het verschil ertussen op te heffen.

Dit visioen weerspiegelt de beweging van Tiferet. Het spirituele blijft niet los van het aardse en het aardse wordt niet verlaten om het spirituele te bereiken. De verbinding ontstaat juist door een voortdurende beweging tussen beide. Wat beneden gebeurt, kan omhoog worden gebracht, terwijl wat van boven wordt ontvangen binnen het concrete leven een vorm kan krijgen.

Ook Jakobs levensweg wordt gekenmerkt door het omgaan met tegengestelde krachten. Hij leeft tussen vertrouwen en angst, liefde en conflict, verbondenheid en afzondering. Hij vlucht voor Esau, werkt jarenlang bij Laban en worstelt tijdens de nacht met een onbekende gestalte. Zijn harmonie is daardoor geen toestand zonder spanning. Zij ontstaat binnen de spanning en vraagt telkens opnieuw om richting en evenwicht.

Jakob en de engel worstelen als nauwelijks herkenbare gestalten in een opwaaiende stofwolk

Na de nachtelijke worsteling ontvangt Jakob de naam Israël (יִשְׂרָאֵל). Hij verlaat de ontmoeting niet ongeschonden, maar wel met een nieuwe naam en een nieuwe positie. Dit laat zien dat spirituele ontwikkeling niet altijd betekent dat tegenstellingen verdwijnen. Soms ontstaat een nieuwe innerlijke samenhang juist doordat een mens met een conflict worstelt, erdoor wordt geraakt en toch verdergaat.

Jakob als coach voor Tiferet nodigt uit om niet onmiddellijk één zijde van een tegenstelling te kiezen. Waar vraagt liefde om een grens? Waar verhindert een grens juist de verbinding? Welke waarheid ontstaat wanneer beide kanten werkelijk worden gezien? Tiferet zoekt niet naar een kunstmatige rust, maar naar een verhouding waarin verschillende krachten elkaar kunnen aanvullen en corrigeren.

De schoonheid van Tiferet ligt daarom niet in volmaaktheid zonder verschil. Zij verschijnt wanneer uiteenlopende eigenschappen samen een levend geheel vormen. Jakob laat zien hoe de krachten van Chesed en Gevurah kunnen worden verbonden tot een weg van waarheid, mededogen en evenwicht — een ladder waarvan de voeten op de aarde staan en waarvan de top naar de hemel reikt.