Deze serie vormt een kennismaking met de chassidische benadering van de Sefirot en de menselijke eigenschappen die Midot (מִדּוֹת) worden genoemd. Het Hebreeuwse woord Midot betekent letterlijk ‘maten’ of ‘afmetingen’. Binnen het Chassidisme verwijst het naar de innerlijke eigenschappen waarin de krachten van de Sefirot in de menselijke ziel een herkenbare vorm krijgen.
De Midot zijn niet precies hetzelfde als de Sefirot. De Sefirot beschrijven de wijzen waarop het ene goddelijke Licht binnen de schepping wordt ontvangen en zichtbaar wordt. De Midot verwijzen naar de manier waarop deze krachten in de menselijke ervaring verschijnen, bijvoorbeeld als liefde, begrenzing, harmonie, volharding, bescheidenheid, verbinding en ontvankelijkheid.
Zij kunnen worden vergeleken met de kleuren van een regenboog. Het licht is in oorsprong één, maar wordt door het prisma in verschillende kleuren zichtbaar. Zo verschijnt ook het ene goddelijke Licht binnen de veelheid van menselijke eigenschappen. Iedere eigenschap laat een andere nuance zien, terwijl alle eigenschappen uit dezelfde oorsprong voortkomen.
De studie van de Midot is daarom meer dan het leren kennen van een verzameling karaktertrekken. Zij biedt een innerlijke kaart waarmee de bewegingen van de ziel kunnen worden onderzocht. Geen enkele eigenschap functioneert volledig op zichzelf. Liefde heeft grenzen nodig, kracht vraagt om harmonie en volharding kan niet zonder het vermogen om te luisteren en te ontvangen. Spirituele ontwikkeling ontstaat wanneer de verschillende eigenschappen worden herkend, verfijnd en met elkaar verbonden.
Deze serie behandelt de zeven onderste Sefirot: Chesed, Gevurah, Tiferet, Netzach, Hod, Yesod en Malkhut. Iedere Sefira wordt verbonden met een Bijbelse figuur die de bijbehorende eigenschap op een bijzondere wijze belichaamt.
Binnen de mystieke traditie wordt zo’n figuur een Merkava genoemd: een drager of voertuig waardoor een spirituele eigenschap in de wereld zichtbaar wordt. In de taal van deze serie kan deze figuur ook als een coach worden beschouwd. Abraham wordt verbonden met Chesed, Isaak met Gevurah, Jacob met Tiferet, Mozes met Netzach, Aäron met Hod, Jozef met Yesod en koning David met Malkhut.
De verhalen van deze figuren worden daardoor niet alleen gelezen als gebeurtenissen uit een ver verleden. Zij kunnen ook worden onderzocht als beelden van innerlijke bewegingen die in ieder mens aanwezig zijn. Hun mogelijkheden, spanningen en keuzes laten zien hoe een eigenschap zich kan ontwikkelen, uit balans kan raken en opnieuw richting kan vinden.
Het begrijpen van de Sefirot en de Midot vraagt verdere studie en contemplatie. Deze artikelen bieden daarom een eerste oriëntatie. Aan de hand van verhalen uit de Thora, chassidische geschriften en andere bronnen ontstaat een ingang tot de zeven Midot en tot de manieren waarop zij in de menselijke ziel werkzaam kunnen zijn.
De serie nodigt uit om niet alleen over deze eigenschappen te lezen, maar ook eigen vragen en waarnemingen te ontwikkelen. Zo kan de studie van de Chassidische Sefirot een weg openen naar een dieper begrip van de ziel en van de krachten die het menselijke leven vormgeven.


