In de kabbalistische traditie wordt geluk — in de betekenis van happiness, niet van luck — gezien als een diepe staat van harmonie en verbinding met de goddelijke bron van het leven. Het is niet simpelweg een gevoel van plezier of tevredenheid, maar een diepgaande ervaring van heelheid en vervulling die voortkomt uit het leven in overeenstemming met de goddelijke wil.
In de context van de Kabbala verwijst de term ‘goddelijke wil’ naar de goddelijke eigenschap of bedoeling voor de schepping. Het gaat niet om een wil zoals wij die bij de mens kennen, want een menselijke wil ontstaat vanuit een gemis of gebrek. Dit geldt niet voor de werkelijkheid van de Schepper. De goddelijke eigenschap wordt in de Kabbala beschreven als ‘goed die goed doet’ — HaTov veHaMetiv (הטוב והמטיב) — en is gericht op het goede voor alle schepselen. Zij is de bron van alle leven en wijsheid en vormt de richting voor het spirituele pad.
Wanneer wij spreken over leven in overeenstemming met de goddelijke wil, bedoelen wij een manier van leven die in harmonie is met deze eigenschap. Dit betekent streven naar spirituele groei, het dienen van anderen en het zoeken naar een diepere verbinding met de goddelijke bron van het leven.
De goddelijke wil wordt niet tegen onze eigen wil aan ons opgelegd. In plaats daarvan worden wij uitgenodigd bewust aan het doel van de schepping deel te nemen, door onze menselijke wil te gebruiken voor keuzes die in overeenstemming zijn met de eigenschap ‘goed die goed doet’. Op deze manier wordt onze wil een instrument van de goddelijke wil en worden wij medewerkers in het scheppingsproces.
Volgens de Kabbala is goeddoen een fundamenteel aspect van de schepping. De goddelijke eigenschap ‘goed die goed doet’ is gericht op het goede voor de schepselen. Voor de mens neemt dit goede de vorm aan van geluk — happiness — en de schepping is geordend om dit mogelijk te maken. Elk aspect van de wereld, van de grootste sterrenstelsels tot de kleinste deeltjes, is doordrongen van deze gerichtheid op het goede.
Voor de mens speelt geluk een cruciale rol in de spirituele ontwikkeling. Het streven naar en ervaren van geluk motiveert ons om te groeien en ons te ontwikkelen. Geluk dient als een kompas dat ons naar onze ware aard en ons doel in het leven kan leiden.
Maar hoe kunnen wij meer geluk in ons leven ervaren? De Kabbala biedt verschillende inzichten. Ten eerste door ons bewust te worden van de goddelijke aanwezigheid in ons leven en ons open te stellen voor de stroom van goddelijke zegeningen. Ten tweede door te streven naar morele en spirituele groei en ons te richten op het dienen van anderen in plaats van alleen onszelf. Ten derde door de uitdagingen en moeilijkheden van het leven te zien als mogelijkheden voor groei en transformatie, in plaats van uitsluitend als obstakels voor ons geluk.
Geluk in de kabbalistische betekenis is niet uitsluitend afhankelijk van uiterlijke omstandigheden of materiële bezittingen. Het is een innerlijke staat die voortkomt uit het leven in harmonie met de goddelijke wil en het vervullen van ons unieke doel in het leven. Dit geluk kan ons de kracht en veerkracht geven om de uitdagingen van het leven aan te gaan.
Het doel voor de mens is geluk te vinden in de eeuwige bron van het leven en dit geluk met anderen te delen. Dit is de aard van geluk volgens de Kabbala: geluk als happiness, dat ontstaat in de verbinding tussen ontvangen en geven.


