In de Kabbala staat het begrip Sibah Umesovav (סיבה ומסובב) voor ‘oorzaak en gevolg’, of letterlijk: ‘oorzaak en dat wat daaruit voortkomt’. Het verwijst niet alleen naar de relatie tussen actie en reactie zoals die in de fysieke wereld wordt waargenomen, maar vooral naar de noodzakelijke samenhang tussen spirituele graden. Dit roept de vraag op wat ‘eerder’ en ‘later’ betekenen in een werkelijkheid die niet aan fysieke tijd en ruimte is gebonden.
De Kabbala beschrijft de werkelijkheid als een opeenvolging van spirituele wortels die volgens vaste wetten uit elkaar voortkomen. Iedere graad ontstaat uit een voorafgaande graad en wordt vervolgens zelf de oorzaak van wat daarna verschijnt. Deze ordening wordt Sibah Umesovav genoemd. Het gaat daarom niet om een chronologische volgorde van seconden, dagen of jaren, maar om een innerlijke volgorde waarin het ene noodzakelijk uit het andere voortkomt.
De essentie van de schepping wordt beschreven als een ontvouwing van het goddelijke Licht door verschillende graden, werelden en vormen. Het Licht zelf verandert daarbij niet, maar wordt overeenkomstig de eigenschappen en begrenzingen van de vaten op verschillende wijzen ontvangen. Oorzaak en gevolg vormen de samenhang waardoor deze ontvouwing als een geordend proces kan worden begrepen.
In de spirituele werkelijkheid wordt tijd daarom niet bepaald door de beweging van een klok, maar door veranderingen van vorm en toestand. Wanneer een nieuwe toestand uit een voorafgaande toestand voortkomt, worden zij ervaren als ‘eerder’ en ‘later’. Wat in de fysieke wereld als een opeenvolging in de tijd verschijnt, kan vanuit de Kabbala worden gelezen als een opeenvolging van oorzaken en gevolgen. De vraag is dan niet alleen hoeveel tijd iets kost, maar ook welke innerlijke verandering tussen oorzaak en gevolg moet plaatsvinden.
Binnen dit kader worden oorzaken en gevolgen in de menselijke spirituele ontwikkeling niet uitsluitend bepaald door zichtbare handelingen. Ook de intentie achter een handeling is van betekenis. Twee uiterlijk gelijke handelingen kunnen spiritueel van elkaar verschillen wanneer zij uit een andere intentie voortkomen. De innerlijke toestand van een mens bepaalt niet zonder meer wat er in de fysieke wereld zal gebeuren, maar wel welke spirituele betekenis een handeling krijgt en welke verandering zij in de mens teweegbrengt.
Het begrijpen van Sibah Umesovav nodigt uit tot een dieper bewustzijn van de oorsprong en richting van het handelen. Het vraagt om verantwoordelijkheid voor zowel de handeling als de intentie waaruit zij voortkomt. Tegelijkertijd herinnert het begrip eraan dat de volledige keten van oorzaken en gevolgen niet altijd vanuit het beperkte menselijke perspectief kan worden overzien. Wat op het eerste gezicht negatief lijkt, kan deel blijken te zijn van een ontwikkeling, terwijl wat onmiddellijk als positief wordt ervaren verdere groei juist kan tegenhouden.
Sibah Umesovav is daarom niet bedoeld om verantwoordelijkheid af te schuiven of te ontkennen dat handelingen gevolgen hebben. Het verdiept die verantwoordelijkheid door iedere toestand te zien als een schakel: voortgekomen uit eerdere oorzaken en tegelijk de voorbereiding op wat daarna kan ontstaan.


