In de Kabbala wordt vaak gesproken over de verhouding tussen Licht en vat. Het Licht staat hierbij symbool voor de goddelijke energie en kracht, terwijl het vat de vorm of het kanaal is waarin deze energie wordt ontvangen en tot uitdrukking komt.

Een stroom van licht wordt in een kopje geschonken als beeld voor de verhouding tussen Licht en vat

De relatie tussen Licht en vat is van wezenlijk belang voor de schepping. Het Licht kan niet worden ontvangen zonder een geschikt vat. Het vat ontvangt het goddelijke Licht en geeft daaraan vorm en betekenis binnen de fysieke wereld.

In de Luriaanse Kabbala van rabbijn Isaak Luria begint dit proces met de Tzimtzum: het terugtrekken of begrenzen van het goddelijke Licht om ruimte te scheppen voor de schepping. Vervolgens worden de vaten gevormd om het Licht te ontvangen en tot uitdrukking te brengen. Deze vaten hebben echter niet altijd de kracht of de capaciteit om de volledige intensiteit van het Licht te bevatten. Dit leidt tot het Breken van de VatenSjevirat haKelim (שבירת הכלים) — en tot de verspreiding van het Licht.

Het Breken van de Vaten wordt in de Kabbala gezien als een beslissende gebeurtenis in het scheppingsproces. Juist door deze breuk ontstaat de mogelijkheid om het Licht op een nieuwe manier te ontvangen en te begrijpen. Het is daarom niet alleen een gebeurtenis uit het verleden, maar ook een voortdurend proces binnen de ontwikkeling en het herstel van de schepping.

Dit begrip heeft ook betrekking op ons egoïsme. Het ego kan worden gezien als een vat dat vooral gericht is op zelfbevrediging: het ontvangen van Licht voor het eigen genoegen. Het vat wordt pas werkelijk geschikt om het Licht te ontvangen wanneer het niet alleen voor zichzelf wil ontvangen, maar het ontvangene ook kan delen met anderen.

De menselijke wil speelt hierin een belangrijke rol. De wil om te ontvangen vormt de basis van ons egoïsme, terwijl de wil om te geven de basis vormt van altruïsme. De vervulling die uit het Licht voortkomt, ervaren wij als geluk of genoegen. Deze vervulling ontstaat echter niet alleen door onze eigen verlangens te bevredigen, maar ook door de ontvangen energie met anderen te delen en daarmee aan het geheel bij te dragen.

Volgens de Kabbala is inzicht in de verhouding tussen Licht, vat en wil daarom van belang voor spirituele groei. Door ons bewust te worden van onze wil om te ontvangen, kunnen we leren het vat te openen en het ontvangen Licht door te geven. Zo kan een diepere verbinding ontstaan met de goddelijke energie en met het grotere geheel.