In onze zoektocht naar vervulling en geluk stuiten we vaak op een intrigerend fenomeen: zodra we iets bereiken of verkrijgen waarnaar we verlangden, lijkt het al snel zijn glans en waarde te verliezen. Deze ervaring, in de volksmond uitgedrukt als “het nieuwe is eraf”, is niet alleen een alledaagse observatie, maar ook een onderwerp met een diepgaande psychologische en spirituele betekenis.

Vanuit psychologisch perspectief wordt dit fenomeen vaak verklaard door het concept van hedonistische adaptatie. Mensen hebben de neiging om aan veranderingen in hun levensomstandigheden te wennen, waardoor de aanvankelijke vreugde of opwinding van nieuwe verworvenheden kan afnemen. Dat betekent niet dat iedereen na iedere positieve of negatieve gebeurtenis volledig terugkeert naar precies hetzelfde geluksniveau. De mate en snelheid van aanpassing verschillen per persoon en per ervaring. Toch herkennen velen het proces waarbij iets wat eerst bijzonder voelde, geleidelijk gewoon wordt.

Filosofisch wordt dit fenomeen vaak verbonden met vergankelijkheid en met de onverzadigbare aard van menselijke verlangens. In veel spirituele tradities, waaronder het boeddhisme, geldt dit als een belangrijk aspect van het menselijk lijden: een voortdurende beweging van verlangen naar tijdelijke vervulling en vervolgens naar een nieuw verlangen. Het bereiken van het ene lijkt dan slechts ruimte te maken voor het volgende.

Een vrouw zit nadenkend achter een vertrouwde typemachine en kijkt vanuit haar werkkamer naar een zonovergoten tuin

Deze perspectieven bieden een raamwerk om te begrijpen waarom de dingen die we nastreven vaak een deel van hun aantrekkingskracht verliezen zodra ze binnen ons bereik komen. Zij wijzen op een universele menselijke ervaring met zowel een psychologische als een spirituele dimensie. Tegelijk nodigen zij ons uit om dieper na te denken over de ware aard van onze verlangens en onze zoektocht naar betekenis en voldoening.

De vijf ontwikkelingsniveaus van de wil in de Kabbala en het fenomeen van “het nieuwe is eraf”

In de kabbalistische traditie wordt de menselijke wil gezien als een entiteit die zich ontwikkelt door vijf verschillende niveaus, variërend van puur egoïstische verlangens tot de hoogste vormen van altruïsme. Deze niveaus zijn:

  1. Ontvangen om te ontvangen: dit is het meest basale niveau, waarbij de wil gericht is op het direct bevredigen van persoonlijke verlangens, zonder rekening te houden met anderen.
  2. Geven om te ontvangen: op dit niveau geeft men om iets terug te krijgen. De handeling van het geven is nog steeds op het eigen belang gericht.
  3. Ontvangen om te geven: hier ontvangt men met de intentie om anderen te helpen. Het ontvangen wordt een middel om altruïstische doelen te bereiken.
  4. Geven om te geven: dit niveau kenmerkt zich door onbaatzuchtig geven, zonder enige verwachting van wederdienst.
  5. Onvoorwaardelijk geven – Hitbatloet (הִתְבַּטְּלוּת; fonetisch: hit-bat-loet): dit is de hoogste vorm van geven, een staat van bewuste nederigheid waarin men volledig gericht is op het welzijn van anderen, zonder enig eigenbelang.

Deze niveaus weerspiegelen de ontwikkeling van de menselijke wil van egoïsme naar altruïsme. Belangrijk is dat bij het bereiken van een hoger niveau de lagere niveaus aanwezig blijven. Zelfs wanneer iemand het niveau van “ontvangen om te geven” bereikt, blijft de basale wil van “ontvangen om te ontvangen” actief. Ook deze blijft van invloed op de manier waarop vervulling wordt ervaren.

Het fenomeen van “het nieuwe is eraf” kan in deze context worden gezien als een uiting van de groeiende wil. Wanneer we iets nieuws verkrijgen, of het nu een materieel voorwerp of een immateriële prestatie is, begint het al snel zijn glans te verliezen. Niet omdat het verkregene zelf minder waardevol wordt, maar omdat onze wil groeit en opnieuw meer verlangt. Dit is een natuurlijk gevolg van de wil om te ontvangen, die actief blijft en zich uitbreidt wanneer zij vervulling ontvangt.

De Kabbala reikt een manier aan om met dit fenomeen om te gaan. Wanneer we het gevoel krijgen dat “het nieuwe eraf is”, kunnen we stilstaan bij de aard van onze wil en onze verlangens. Door ons bewust te worden van de verschillende niveaus van de wil, kunnen we leren onze verlangens bewuster en op een meer vervullende manier te richten.

Misschien hoeven we dan niet steeds vervanging te zoeken, maar kunnen we vernieuwing ontdekken in onze verhouding tot wat er al is. Zelfreflectie en bewustwording kunnen ons zo helpen een dieper begrip van onszelf te ontwikkelen en ons leiden naar persoonlijke groei en spirituele ontwikkeling.

J.