Bijna-doodervaringen (BDE’s) zijn zeldzaam in traditionele Joodse heilige teksten. Toch bestaan er verhalen die vanuit een hedendaags perspectief aan een BDE doen denken.

Een voorbeeld staat in de Talmoed, Pesachiem 50a, met een parallelle passage in Bava Batra 10b. Daar wordt verteld over Rav Josef, de zoon van Rabbi Jehosjoea ben Levi, die ernstig ziek werd en het leven bijna verliet. Toen hij herstelde, vroeg zijn vader hem wat hij had gezien.

Rav Josef antwoordde: “Ik zag een omgekeerde wereld. Degenen die hier boven zijn, waren daar beneden, en degenen die hier beneden zijn, waren daar boven.” Zijn vader zei: “Mijn zoon, je hebt een heldere wereld gezien.” Toen zijn vader vroeg hoe de wijzen en hun leerlingen daar werden beschouwd, antwoordde hij dat hun positie daar dezelfde was als hier.

De Talmoed spreekt niet over een medisch vastgestelde klinische dood. Het verhaal beschrijft een grenssituatie waarin Rav Josef iets waarneemt dat de gewone ordening van onze werkelijkheid omkeert. Wat hier belangrijk lijkt, blijkt daar misschien van weinig waarde, terwijl wat hier gering wordt geacht juist een hogere plaats inneemt. De omgekeerde wereld, Olam Hafoech (עוֹלָם הָפוּךְ; fonetisch: o-lam ha-foech), wordt door zijn vader een heldere wereld genoemd: Olam Baroer (עוֹלָם בָּרוּר; fonetisch: o-lam ba-roer).

Het is opmerkelijk hoeveel overeenkomsten er lijken te bestaan tussen dergelijke verhalen, spirituele tradities en hedendaagse verslagen van bijna-doodervaringen. Juist daarom is het boeiend om mogelijke verbanden vanuit de Kabbala te onderzoeken. Het gaat hierbij niet om een bewijs dat een BDE toegang geeft tot de kabbalistische werelden, maar om een vergelijking tussen ervaringen en de taal waarmee mensen het onbekende proberen te beschrijven.

In de Kabbala bestaan verschillende werelden, Olamot (עוֹלָמוֹת; fonetisch: o-la-mot), die verschillende graden van verhulling en openbaring van het Licht van Ein Sof uitdrukken. Deze werelden zijn niet eenvoudigweg plaatsen. Zij beschrijven ook verschillende wijzen waarop werkelijkheid en bewustzijn worden gevormd en waargenomen. Naarmate meer Licht wordt onthuld, kunnen grenzen die vanuit onze gewone waarneming vast lijken te staan minder absoluut worden.

Onze fysieke wereld, HaOlam HaZeh (הָעוֹלָם הַזֶּה; fonetisch: ha-o-lam ha-zeh), krijgt binnen deze structuur haar plaats in Malkhut van Assiya. Dit is de wereld waarin bewustzijn zich uitdrukt door een lichaam, door handelingen en door begrenzingen. In sommige BDE-verslagen spreken mensen over licht, liefde, vrede of een grens waarachter terugkeer niet meer mogelijk zou zijn. Niet iedereen ervaart dit en de volgorde of vorm verschilt sterk. Toch raakt de beeldtaal soms aan de kabbalistische gedachte dat onze zichtbare werkelijkheid maar één uitingsvorm van een grotere werkelijkheid is.

Een mens staat op de drempel tussen een aardse binnenruimte en een weids landschap in het licht

Sommige mensen vertellen dat zij tijdens een BDE niet wilden terugkeren, maar zich opnieuw met het lichamelijke leven verbonden voelden door geliefden, een opdracht of iets wat nog niet voltooid was. Dat roept bij mij de vraag op of grens­ervaringen misschien hebben bijgedragen aan de beeldtaal van religieuze en spirituele tradities. Het blijft een open vraag. De overeenkomst hoeft niet te betekenen dat alle tradities uit dezelfde ervaring zijn ontstaan.

Vanuit de Kabbala is het fysieke bestaan bovendien niet alleen iets wat moet worden overstegen. Juist in deze wereld krijgt het innerlijke proces ruimte om door handeling zichtbaar te worden. Tikkoen (תִּיקוּן; fonetisch: tie-koen), herstel of correctie, vindt plaats binnen de begrenzingen van het leven. Misschien ligt de betekenis van een terugkeer daarom niet alleen in het verlaten van een andere werkelijkheid, maar ook in het opnieuw binnengaan van deze wereld met een veranderd bewustzijn.

Een ander fascinerend aspect van BDE-verslagen is het gevoel van een diepe of absolute waarheid. Binnen de Joodse traditie bestaat hiervoor de uitdrukking Olam HaEmet (עוֹלַם הָאֱמֶת; fonetisch: o-lam ha-emet), de “Wereld van Waarheid”. Dit is geen technische verzamelnaam voor alle werelden boven de materie, maar een naam voor de werkelijkheid na de dood of de komende wereld. In de ervaring van waarheid wordt vanuit menselijk perspectief iets onthuld dat in het gewone leven verborgen blijft.

Mensen die een BDE hebben gehad, vertellen soms dat zij antwoorden ontvingen op levensvragen of plotseling de betekenis van het bestaan begrepen. Na hun terugkeer blijken deze inzichten moeilijk onder woorden te brengen. Misschien laat dit niet alleen de intensiteit van de ervaring zien, maar ook de begrenzing van onze taal. Een ervaring kan helder aanvoelen en toch haar samenhang verliezen zodra zij in woorden moet worden vertaald.

Ook de Hebreeuwse uitdrukking Halach le-olamo (הָלַךְ לְעוֹלָמוֹ; fonetisch: ha-lach le-o-la-mo) biedt een bijzonder perspectief. Zij wordt gebruikt wanneer iemand overlijdt en betekent letterlijk: “hij ging naar zijn wereld”. Voor mij roept deze uitdrukking het beeld op van een persoonlijke werkelijkheid die tijdens het leven wordt gevormd.

Hoewel BDE’s terugkerende kenmerken kunnen hebben, verschilt de inhoud van mens tot mens. Sommigen ontmoeten een religieuze figuur, zoals Jezus of de profeet Elia. Anderen spreken over overleden familieleden of onbekende aanwezigen die liefde en aanvaarding uitstralen. Misschien verwijst “naar je eigen wereld gaan” daarom niet alleen naar een bestemming na de dood, maar ook naar de wereld die wij hier opbouwen. Onze handelingen, gedachten en relaties kunnen de lens vormen waardoor wij een andere werkelijkheid waarnemen.

Zo kunnen kabbalistische inzichten en bijna-doodervaringen naast elkaar worden gelegd als verschillende manieren om de grens tussen leven, dood en bewustzijn te onderzoeken. Zij hoeven niet hetzelfde te zijn om elkaar te kunnen verhelderen. Beide nodigen uit om vragen te blijven stellen en aandachtig te kijken naar wat zich aan de rand van onze bekende werkelijkheid bevindt.

J.