Ohr Ein Sof (אור אין סוף) is een fundamenteel begrip binnen de Kabbala. Het wordt vertaald als ‘Licht Oneindig’ en kan ook worden omschreven als ‘Licht zonder einde’. Geen van beide formuleringen geeft de werking ervan volledig weer. Ohr Ein Sof is het Licht dat het einde annuleert. Waar dit Licht volledig schijnt, kan geen eind, grens of afzonderlijke vorm blijven bestaan.

Het gaat daarbij niet om fysiek licht of om een vorm van energie en evenmin om de werkelijkheid van de Schepper zelf. Ein Sof verwijst naar de goddelijke werkelijkheid die voorbij iedere menselijke bepaling ligt. Ohr Ein Sof beschrijft het Licht dat vanuit deze werkelijkheid in verhouding tot de schepping wordt ervaren en iedere begrenzing opheft.

In de taal van de Kabbala wordt deze verhouding voorgesteld door twee begrippen: Licht en vat, vervulling en wil. Het Licht verwijst naar dat wat vervult; het vat is het verlangen en de mogelijkheid om die vervulling te ontvangen. Licht en vat zijn daarom geen twee stoffelijke elementen, maar twee zijden van dezelfde verhouding.

De Schepper wordt in de Kabbala beschreven door de eigenschap ‘goed die goed doet’. Deze eigenschap moet niet worden opgevat als een wil zoals de menselijke wil. Een wil duidt op een gemis of behoefte, en daarvan kan bij de werkelijkheid van de Schepper geen sprake zijn. Alleen bij het geschapene verschijnt de wil als verlangen naar iets wat nog niet wordt ervaren.

Ohr Ein Sof is de vervulling waarin iedere grens wordt opgeheven. Wanneer dit Licht zonder begrenzing in het vat zou schijnen, zou ook de afzonderlijke vorm van het vat verdwijnen. Een vat kan immers alleen bestaan doordat het een grens heeft. De Tzimtzum vindt daarom niet plaats doordat het Licht minder wordt, maar doordat aan de kant van het vat een begrenzing ontstaat in de wijze waarop het Licht wordt ontvangen.

Een stenen grensmuur wordt binnen een warm lichtveld geleidelijk transparant totdat de grens volledig verdwijnt

In die zin is Ohr Ein Sof ‘de stof waarvan dromen zijn gemaakt’: een beeld voor een vervulling waarin de grenzen van wat mogelijk lijkt, verdwijnen. Maar om iets van dit Licht bewust te kunnen ervaren zonder de eigen vorm te verliezen, is een passende Wil nodig.

De Wil is een geschenk aan de schepping. Het is de capaciteit om te verlangen en naar vervulling te streven. De verantwoordelijkheid van de mens ligt niet in het vernietigen van deze Wil, maar in het vormen, richten en verfijnen ervan. Daardoor kan het verlangen zich ontwikkelen van automatische ontvangst naar een bewuste verhouding tot wat het ontvangt.

Denk bijvoorbeeld aan het beste idee dat een mens ooit zou kunnen hebben. Waar bevindt dat idee zich voordat iemand het ontvangt? Het bestaat nog niet als een uitgewerkte gedachte, maar wel als mogelijkheid. Pas wanneer er een passende vraag, behoefte of ontvankelijkheid ontstaat, kan het idee worden ontvangen en een begrensde vorm aannemen. De mogelijkheid zelf is ruimer dan iedere afzonderlijke vorm waarin zij zichtbaar wordt.

Dit is zowel de uitdaging als het geschenk van het menselijke bestaan. De mens heeft de mogelijkheid gekregen de eigen Wil te onderzoeken en te vormen. Naarmate het vat zich ontwikkelt, kan het meer van de aanwezige vervulling ontvangen zonder zijn vorm daarin te verliezen. Het begrip Ohr Ein Sof nodigt daarom uit om niet alleen te vragen wat we willen ontvangen, maar ook welke vorm onze Wil moet aannemen om het Licht te kunnen ontvangen en doorgeven.