Isaac Newton, een van de grootste wetenschappers en denkers van zijn tijd, was gefascineerd door de Tempel in Jeruzalem. Hij bestudeerde de architectuur, de afmetingen en de betekenis ervan, op zoek naar een dieper begrip van de orde van het universum en de goddelijke wetten die eraan ten grondslag liggen. Zijn zoektocht was niet alleen wetenschappelijk. Voor Newton vormden natuuronderzoek, Bijbelstudie en theologie verschillende wegen naar dezelfde verborgen orde.

De Tempel was voor hem daarom meer dan een bouwwerk uit het verleden. Hij onderzocht de beschrijvingen in de Bijbel en andere oude bronnen, tekende plattegronden en hield zich bezig met de betekenis van de heilige maat. In zijn postuum verschenen The Chronology of Ancient Kingdoms Amended wijdde hij zelfs een volledig hoofdstuk aan de Tempel van Salomo.

Een moderne interpretatie van de Tempel van Salomo in São Paulo, Brazilië
Een moderne interpretatie van de Tempel van Salomo in São Paulo, Brazilië.

Binnen de Joodse mystieke traditie staat de Tempel eveneens voor veel meer dan een fysieke structuur. Het is een plaats van verbinding en ontmoeting tussen het goddelijke en het menselijke. Deze gedachte kreeg later ook een belangrijke plaats binnen het chassidisme. De Baal Sjem Tov werd geboren toen Newton nog leefde, hoewel het chassidisme als herkenbare beweging zich pas later ontwikkelde.

In Exodus 25:8 staat: “Zij zullen voor Mij een heiligdom maken en Ik zal in hun midden wonen.” Het Hebreeuwse woord voor heiligdom is Mikdasj (מִקְדָּשׁ; fonetisch: mik-dasj). Opvallend is dat er niet staat dat God “daarin” zal wonen, maar betocham (בְּתוֹכָם; fonetisch: be-to-cham): “in hun midden” of “in hen”. Deze lezing, die ouder en breder is dan het chassidisme, werd later uitgewerkt als een oproep om ook binnen de mens een Tempel te bouwen.

De innerlijke Tempel wordt zo een plaats waar de ziel zich met haar goddelijke oorsprong kan verbinden. Het gaat niet om een fysieke ruimte, maar om een staat van bewustzijn waarin gedachten, gevoelens en handelingen op een hoger doel worden gericht. Heiligheid krijgt hier vorm als een wijze van leven.

De innerlijke Tempel kan ook worden gezien als de doelbestemming van de ziel. In Job 31:2 staat: “Wat is het deel van God van boven, en het erfdeel van de Almachtige uit de hoogten?” In de latere chassidische taal, vooral in de Tanya, kreeg dit vers een krachtige formulering: de ziel is een chelek Eloha mi-ma’al mamash (חֵלֶק אֱלוֹהַּ מִמַּעַל מַמָּשׁ; fonetisch: che-lek E-lo-ah mie-ma-al ma-masj), een werkelijk deel van het goddelijke van boven.

Vanuit deze gedachte kan de reis van de ziel worden gelezen als een innerlijke uittocht. Zij begint in de slavernij van Egypte, waar de mens onderworpen is aan het laagste deel van de menselijke wil, aan het lichaam en aan de materiële wereld. Daarna volgen de veertig jaren in de woestijn: een beeld voor de worstelingen, verschuivingen en innerlijke confrontaties die nodig zijn om uiteindelijk de plaats van verbinding te bereiken — de Tempel.

Newtons eigen zoektocht naar de Tempel was een complexe onderneming. Zijn aandacht ging in de eerste plaats uit naar de fysieke structuur, de geometrie en de verhoudingen van het gebouw. Hij bestudeerde Hebreeuwse en rabbijnse bronnen en maakte notities in onder andere Latijn, Hebreeuws, Aramees en Grieks. Hij zag in de Tempel een sleutel tot een oorspronkelijke kennis van de schepping.

Newton las ook kabbalistische geschriften en dacht serieus na over de ideeën die hij daarin aantrof. Toch moeten zijn onderzoek en de Kabbala niet zonder meer met elkaar worden gelijkgesteld. Zijn benadering kwam voort uit een eigen christelijke, Bijbelse en historische zoektocht. Wat wel herkenbaar is, is het idee dat de uiterlijke structuur van de Tempel een innerlijke en kosmische orde kan weerspiegelen.

Pagina uit een theologisch manuscript van Isaac Newton
Pagina uit een theologisch manuscript van Isaac Newton, bewaard in de Nationale Bibliotheek van Israël.

Kennis van de Tempel helpt ons om de wereld te zien als een plaats van goddelijke creativiteit en mogelijkheid. De Tempel behoort niet alleen tot het verleden. Zij vormt een voortdurende uitnodiging om te bouwen, te verbinden en te groeien, binnen onze eigen tijd en op onze eigen plaats.

Een belangrijk deel van Newtons theologische manuscripten wordt tegenwoordig bewaard in Jeruzalem, in de Nationale Bibliotheek van Israël. Daarin ligt iets bijna poëtisch: zijn langdurige zoektocht naar de Tempel heeft uiteindelijk zelf een plaats gekregen in de stad waarop die zoektocht was gericht.

De Tempel, zowel in haar fysieke als innerlijke vorm, blijft een bron van inspiratie en inzicht. Het is een plaats waar wetenschap en spiritualiteit elkaar kunnen ontmoeten, waar verleden en heden met elkaar in gesprek blijven en waar de menselijke ervaring zich opent naar het eeuwige en het goddelijke.

Misschien is het meest troostrijke wel het besef dat we de Tempel nooit volledig kunnen verliezen. Zolang we begrijpen dat deze heilige ruimte ook in ons gedragen wordt, blijft zij levend. De innerlijke Tempel roept ons op te worden wie we werkelijk zijn, te leven vanuit onze diepste waarheid en de wereld te blijven ervaren als een mysterieuze plaats van goddelijke creativiteit.

J.

Bronnen: The Newton Project — A Description of the Temple of Solomon en The National Library of Israel — Newton Manuscripts.