De geschiedenis van de moderne psychologie wordt meestal verteld als een opeenvolging van scholen en grote namen. Freud, Jung, Maslow, Frankl en Assagioli ontwikkelden ieder een eigen taal voor de menselijke psyche. Toch ontstaat daarmee een beeld waarin hun ideeën meer van elkaar en van hun culturele achtergrond zijn losgemaakt dan in werkelijkheid waarschijnlijk het geval was. Wat mij vooral interesseert, zijn de minder zichtbare stromingen die onder deze officiële geschiedenis bewogen.
De Kabbala en de psychologie zijn niet hetzelfde. Psychologie onderzoekt de menselijke psyche, gedrag en de verwerking van ervaringen. De Kabbala richt zich op de menselijke wil en op de verhouding tussen de mens, de schepping en haar verborgen oorsprong. Psychologische groei valt daarom niet zonder meer samen met spirituele ontwikkeling. Toch stellen beide benaderingen vragen over verlangen, bewustzijn, innerlijke tegenstellingen en de mogelijkheid van verandering.
Een belangrijk kabbalistisch beeld is de Levensboom. De Sefirot beschrijven verschillende krachten en verhoudingen waardoor een nog verborgen mogelijkheid een waarneembare vorm kan krijgen. Wanneer deze structuur op de mens wordt betrokken, kunnen daarin verlangen, inzicht, liefdevolle goedheid, begrenzing, harmonie en het vermogen tot verwezenlijking worden herkend. De Levensboom is echter geen modern psychologisch schema. Hij verwijst niet alleen naar processen binnen de psyche, maar ook naar een spirituele werkelijkheid waarvan de mens deel uitmaakt.
De invloed van de Joodse mystiek op de psychologie is niet altijd rechtstreeks aanwijsbaar. Ideeën reizen niet alleen via boeken die later in wetenschappelijke publicaties worden aangehaald. Zij worden ook overgedragen door familieverhalen, taal, gebruiken en gesprekken die al vroeg deel worden van iemands innerlijke wereld. Een kind ziet boeken in de kast van ouders en grootouders, hoort bepaalde woorden en vragen en groeit op binnen een wereld van betekenissen. Veel later kunnen sporen daarvan terugkeren in een geheel nieuwe taal.
Bij denkers als Abraham Maslow en Irvin Yalom kan hun Joodse achtergrond daarom niet eenvoudig buiten beschouwing worden gelaten. Daarmee staat niet vast welke specifieke teksten of gesprekken hun ideeën hebben gevormd. Wel is het voorstelbaar dat aandacht voor menselijke groei, betekenis en verantwoordelijkheid mede binnen een oudere culturele bedding kon ontstaan. Het ontbreken van een duidelijk citaat bewijst niet dat er geen invloed was; het laat vooral zien hoe moeilijk zulke subtiele overdracht achteraf zichtbaar te maken is.
Bij Carl Jung loopt de verbinding langs een andere weg. Hij groeide niet op in een Joodse omgeving, maar kende en gebruikte kabbalistische beelden en motieven. Zijn ideeën over de schaduw, individuatie en het verbinden van tegenstellingen vertonen raakvlakken met de Kabbala. Toch blijft er een belangrijk verschil. Voor Jung verwijst een symbool in de eerste plaats naar een werkelijkheid binnen de psyche. Binnen de Kabbala kan het symbool bovendien verwijzen naar een spirituele wortel die niet door de menselijke psyche wordt voortgebracht.
Een naam die in deze samenhang niet mag ontbreken, is Roberto Assagioli, de Joodse Italiaanse psychiater die de psychosynthese ontwikkelde. Waar de psychoanalyse vooral onderzocht wat verdrongen of onbewust was, richtte Assagioli zich ook op de vraag hoe de verschillende delen van de mens opnieuw met elkaar verbonden kunnen worden. Hij onderscheidde naast het lagere onbewuste een hoger onbewuste en sprak over de verhouding tussen het persoonlijke ‘ik’ en een dieper, transpersoonlijk Zelf. Ook de menselijke wil kreeg in zijn psychologie een centrale plaats.
Juist bij Assagioli wordt zichtbaar hoe moeilijk psychologische ideeën van hun culturele en spirituele omgeving kunnen worden losgemaakt. Hij las uitgebreid over Joodse mystiek, bezat werken van Gershom Scholem en liet aantekeningen over het Jodendom en de Kabbala na. Daarnaast voelde hij zich geestelijk verwant met Martin Buber en was hij betrokken bij de oprichting van een Italiaanse vereniging voor progressief Jodendom. Psychosynthese is geen moderne versie van de Kabbala, maar de overeenkomsten zijn opvallend: de mens bestaat uit verschillende krachten en deelpersoonlijkheden die niet hoeven te verdwijnen, maar rond een dieper centrum met elkaar in verhouding kunnen worden gebracht.
Ook tussen Assagioli en Viktor Frankl bestond een inhoudelijke en persoonlijke verbinding. Assagioli herkende in Frankls logotherapie een verwante richting. Niet genot of macht, maar het verlangen naar betekenis staat daarin centraal. Beide benaderingen geven de wil, verantwoordelijkheid en een geestelijke dimensie een plaats die binnen sommige andere psychologische modellen minder zichtbaar blijft.
Rond Frankl verschijnt nog een andere, onverwachte verbinding. Volgens een binnen Chabad overgeleverd verhaal liet de Lubavitcher Rebbe hem via Marguerite Chajes aanmoedigen zijn werk voort te zetten op een moment waarop hij overwoog het op te geven. Frankl bevestigde later dat deze boodschap hem tijdens een moeilijke periode had geholpen. De Rebbe verwees in een brief uit 1969 bovendien met bijzondere belangstelling naar Frankls benadering. Het lijkt geen regelmatige persoonlijke briefwisseling te zijn geweest, maar wel een betekenisvolle intellectuele en menselijke verbinding.
Mogelijk bestaan er ook brieven of andere contacten tussen Frankl, Scholem en Assagioli die nog niet breed bekend of gemakkelijk toegankelijk zijn. Niet iedere lijn binnen dit netwerk kan op dit moment volledig worden gereconstrueerd. Toch laten de zichtbare gegevens al zien dat deze werelden minder scherp van elkaar gescheiden waren dan de gebruikelijke geschiedenis van de psychologie doet vermoeden. Psychiaters, mystici en onderzoekers lazen elkaars werk, ontmoetten elkaar of ontvingen via anderen een gedachte die hun richting bevestigde.
Dit betekent niet dat psychologische begrippen eenvoudig uit de Kabbala zijn overgenomen. Het gaat eerder om een onderliggende beweging van vragen. Wat is de mens? Is het bewustzijn beperkt tot de zichtbare persoonlijkheid? Welke plaats heeft de wil? Kan lijden betekenis krijgen? Bestaat er achter de verdeelde delen van de mens een diepere samenhang? Zulke vragen behoren niet exclusief aan de psychologie of aan de mystiek toe, maar hebben zich in beide gebieden op verschillende manieren ontwikkeld.
Begrippen als Tesjoeva (תְּשׁוּבָה), terugkeer, en Tikkoen, herstel, kunnen daardoor ook psychologisch worden gelezen. Tesjoeva kan worden ervaren als een heroriëntatie waarbij iemand terugkeert naar een eerder verborgen richting. Tikkoen verwijst naar het opnieuw verbinden van wat gebroken, verdeeld of van zijn oorsprong verwijderd is geraakt. Deze bewegingen raken aan persoonlijke verandering, maar reiken binnen de Kabbala verder dan het individuele welzijn.
De psychologie kan helpen om patronen, angsten, verlangens en innerlijke conflicten te herkennen. De Kabbala voegt daar een ander perspectief aan toe: niet alleen de vraag hoe een mens functioneert, maar ook waarop het verlangen is gericht en welke verhouding tot de werkelijkheid wordt ontwikkeld. Ook Dwekoet, het zich hechten aan de Bron, kan dan worden onderzocht als een richting van aandacht die in gewone handelingen zichtbaar wordt.
Daarbij blijft voorzichtigheid nodig. Niet iedere psychische moeilijkheid moet spiritueel worden verklaard, en mystieke begrippen vervangen geen passende psychologische of medische begeleiding. Omgekeerd hoeft een mystieke ervaring niet uitsluitend tot een psychologisch verschijnsel te worden herleid. Beide talen kunnen iets zichtbaar maken zolang hun verschillende uitgangspunten worden gerespecteerd.
Onder de zichtbare ontwikkeling van de moderne psychologie bewogen oudere vragen over ziel, wil, betekenis, eenheid en herstel. Soms werden zij openlijk benoemd, soms verschenen zij in een nieuwe en seculiere taal, en soms bleef hun oorsprong verborgen in een boekenkast, een familiegesprek, een brief of een onverwachte boodschap. Juist die nauwelijks zichtbare stromingen maken de ontmoeting tussen Kabbala en psychologie voor mij zo bijzonder.


