Binnen de Kabbala vormt de verhouding tussen de mens en het woord een fundamenteel mysterie. Woorden zijn meer dan middelen waarmee gedachten worden overgedragen. Zij bestaan uit letters die binnen de heilige taal worden beschouwd als krachten en bouwstenen van de schepping. Een woord is daardoor niet alleen een teken dat naar iets verwijst, maar ook een vorm waarin betekenis, bewustzijn en spirituele invloed kunnen worden ontvangen.

Lezen is vanuit dit perspectief geen passieve handeling. Wanneer een tekst wordt gelezen, worden de letters en woorden opnieuw in het bewustzijn gevormd. Een gedachte die eerder door iemand anders in woorden is gelegd, wordt in de lezer opnieuw aanwezig. De tekst blijft hetzelfde, maar krijgt binnen ieder bewustzijn een andere klank, verhouding en betekenis.

Vooral bij spirituele teksten kan lezen daardoor worden ervaren als een ontmoeting met de bron van hun inspiratie. Dit betekent niet dat iedere lezer automatisch hetzelfde ervaart of de oorspronkelijke bedoeling volledig kan bereiken. De mogelijkheid ontstaat wanneer de tekst met aandacht en kavanah (כַּוָּנָה), intentie, wordt benaderd. Lezen wordt dan een innerlijke dialoog tussen de lezer, de woorden en datgene waaruit zij zijn voortgekomen.

Het Hebreeuwse woord teiva (תֵּבָה) betekent in het Bijbelse verhaal de ark waarin Noach en de verschillende levensvormen de zondvloed overleven. In het latere Hebreeuws betekent teiva ook ‘woord’. De Ba’al Sjem Tov verbindt deze twee betekenissen met elkaar. De opdracht aan Noach om de ark binnen te gaan, bo el ha-teiva (בֹּא אֶל־הַתֵּבָה), kan daardoor ook worden gelezen als een uitnodiging om het woord binnen te gaan.

Een woord is in deze uitleg als een ark. Het draagt iets door de tijd en beschermt een innerlijke betekenis tegen de stroom van geluid, gedachten en indrukken die haar dreigt te overspoelen. Zoals de ark tijdens de zondvloed verschillende vormen van leven bewaart, kan een woord een ervaring, herinnering of spiritueel inzicht bewaren. Zelfs wanneer de wereld rondom het woord verandert, kan wat erin werd opgenomen opnieuw tot leven komen wanneer het aandachtig wordt gelezen.

Een mens leest hardop uit een boek; boek, stem en lezer zijn door dezelfde warme lichtsubstantie met elkaar verbonden

Hier verschijnt het woord als een vat. Letters geven een begrensde vorm aan iets wat zonder die vorm niet kan worden ontvangen. Tegelijk verbergt iedere vorm ook een deel van wat zij draagt. Geen woord kan de volledige ervaring bevatten waaruit het is ontstaan. Lezen beweegt daarom tussen onthullen en verhullen: de zichtbare letters openen een betekenis, maar wijzen ook naar iets wat niet volledig in taal kan worden vastgelegd.

De Ba’al Sjem Tov verbindt deze gedachte ook met de woorden tzohar ta’aseh la-teiva (צֹהַר תַּעֲשֶׂה לַתֵּבָה), ‘maak een opening voor de ark’. Tzohar kan worden opgevat als een opening waardoor licht binnenkomt. In de chassidische uitleg wordt het een oproep om het woord te verlichten. De letters alleen zijn niet voldoende; aandacht, gedachte en intentie moeten het woord van binnenuit openen.

Ook het Hebreeuwse werkwoord kara (קָרָא) draagt deze beweging in zich. De wortel ק־ר־א kan ‘roepen’, ‘uitroepen’, ‘bekendmaken’ en ‘lezen’ betekenen. Lezen is daardoor niet uitsluitend het stil herkennen van geschreven tekens. Het woord wordt geroepen en opnieuw aanwezig gemaakt. Wat op de bladzijde rust, krijgt door de stem adem, klank en een plaats in de ruimte.

Hardop lezen en in stilte lezen openen verschillende aspecten van dezelfde tekst. In stilte beweegt het woord naar binnen en krijgt het ruimte in gedachte en verbeelding. Bij hardop lezen keert het woord naar buiten terug. De lezer ziet de letters, vormt de klanken, hoort de eigen stem en ontvangt de woorden opnieuw via het gehoor. De tekst beweegt zo van buiten naar binnen en van binnen weer naar buiten.

De vraag is daarom niet alleen: wat staat er geschreven? Ook de manier waarop een tekst wordt gelezen bepaalt wat ervan zichtbaar kan worden. Hetzelfde woord kan vluchtig worden waargenomen, intellectueel worden onderzocht of met volledige aandacht worden binnengegaan. In iedere vorm van lezen verschijnt een andere verhouding tussen letter, klank, betekenis en bewustzijn.

Een eenvoudig experiment kan dit voelbaar maken. Lees een belangrijke passage eerst in stilte en daarna langzaam hardop. Let niet alleen op de betekenis van de zinnen, maar ook op ademhaling, ritme, klank en de stilte tussen de woorden. Mogelijk opent dezelfde tekst zich op twee verschillende manieren.

Lezen wordt zo een beweging waarin een woord opnieuw tot leven komt. De letters vormen de ark, de aandacht opent haar en de stem brengt naar buiten wat erin verborgen ligt. Binnen de ruis van de wereld kan een woord daardoor een plaats worden waarin betekenis wordt bewaard, ontvangen en opnieuw geboren.