In de kabbalistische traditie wordt de ‘wil’ beschreven als de motor van de schepping. Binnen de verhouding van Licht en vat vormt de wil het ontvangende vat. Deze wil kan zowel goddelijk als menselijk worden genoemd, maar tussen beide bestaat een belangrijk verschil. Een menselijke wil ontstaat vanuit een gemis of gebrek: wij willen iets omdat iets ons ontbreekt. Dit kan niet worden gezegd over de werkelijkheid van de Schepper, waarin geen gebrek bestaat. De goddelijke wil is daarom eerder een eigenschap dan een wil zoals wij die bij de mens kennen. Over de goddelijke essentie zelf doet de Kabbala geen uitspraken, omdat zij buiten het bereik van de menselijke waarneming ligt. In de verhouding tot de schepping wordt de eigenschap van de Schepper beschreven als ‘goed die goed doet’ – HaTov veHaMetiv (הטוב והמטיב). Het doel van de schepping wordt daarmee omschreven als goeddoen aan de schepselen. Dit goede wordt beschouwd als alles wat verbindt. Daartegenover wordt het kwaad in de Kabbala omschreven als alles wat scheidt. Het egoïsme van de menselijke wil wordt gezien als een belangrijke oorzaak van deze scheiding.
Het is belangrijk om te beseffen dat de goddelijke wil en de menselijke wil niet altijd in dezelfde richting bewegen. Mensen hebben de neiging hun eigen verlangens en belangen boven die van anderen te stellen, wat kan leiden tot verdeeldheid en conflict.
De kabbalistische traditie leert echter dat wij ons bewust kunnen worden van deze neiging tot egoïsme en haar kunnen omvormen tot altruïsme. De wil zelf hoeft daarbij niet te verdwijnen. De verandering vindt plaats in de intentie: van ontvangen voor onszelf naar ontvangen en geven met het doel goed te doen. De krachten die binnen deze verandering werkzaam zijn, worden verder uitgelegd in het artikel over Avioet en Kasjioet. Dit proces van innerlijke transformatie is de sleutel tot het zichtbaar maken van de goddelijke wil in de wereld en tot Dwekoet, verbondenheid door overeenkomst van vorm.
Daarom is het belangrijk ons bewust te zijn van onze eigen wil en van de motivaties achter onze handelingen. Door ons te richten op altruïstische doelen en verbinding tussen mensen te bevorderen, kunnen wij de goddelijke wil in de wereld manifesteren en bijdragen aan een meer verbonden en harmonieuze wereld.


