Binah (בִּינָה), ‘begrip’ of ‘onderscheidingsvermogen’ in het Hebreeuws, is de derde Sefira binnen de Levensboom. Samen met Keter en Chochma vormt Binah het ‘Hoofd’ van de Levensboom: het gebied van de verborgen processen die aan de zichtbare schepping voorafgaan.

In Chochma verschijnt wijsheid nog als een onbegrensde mogelijkheid, als de ruimte van een bibliotheek waarin kennis ontvangen kan worden. In Binah worden de boeken geopend en gelezen. Het oorspronkelijke inzicht wordt onderzocht, geordend en in afzonderlijke onderdelen onderscheiden. Wat in Chochma als een plotselinge flits verschijnt, krijgt in Binah samenhang en betekenis.

Binah wordt ook Ima Ila’ah (אִמָּא עִלָּאָה) genoemd, de ‘hogere moeder’. Deze naam verwijst naar haar vermogen om een ontvangen mogelijkheid verder te ontwikkelen, te voeden en een vorm te geven. Zoals een moeder ruimte biedt aan iets wat nog in ontwikkeling is, zo draagt Binah het inzicht totdat het voldoende is uitgewerkt om zich verder te kunnen manifesteren.

Een geopend boek in een warme bibliotheek wordt door geordende vlakken van goudkleurig licht beschenen als beeld voor Binah

Als laatste van de drie Sefirot van het Hoofd vormt Binah het overgangspunt tussen de verborgen processen en de volgende Sefirot. Vanuit Binah kan wat in Keter als Wil begon en in Chochma als wijsheid verscheen, verdergaan naar Chesed en de daaropvolgende Sefirot. Binah is daardoor zowel een vat van begrip als een kracht die verdere ontwikkeling mogelijk maakt.

Binah wordt verbonden met de tweede Tzimtzum, waarin begrenzing en verdeling een belangrijke rol spelen. Begrenzing is hier niet alleen een beperking, maar ook een voorwaarde voor begrip. Zolang alles onbegrensd en onverdeeld blijft, kan niets afzonderlijk worden herkend. Binah stelt grenzen waardoor verschillen zichtbaar worden en een geordende structuur kan ontstaan.

Binnen de kabbalistische traditie wordt Binah ook gezien als de bron van de zielen. Zij vertegenwoordigt het niveau waarop individualiteit en innerlijke vorm kunnen ontstaan. Wat eerst als een algemene mogelijkheid aanwezig was, kan in Binah worden onderscheiden en als een eigen vorm verdergaan.

Tegelijkertijd is Binah de wortel van de linkerlijn, de lijn van wetten, oordeel en begrenzing. Daarmee vormt zij een noodzakelijke tegenhanger van de expansieve kracht van de rechterlijn. Zonder begrenzing zou iedere mogelijkheid zich onbeperkt uitbreiden; zonder openheid zou niets nieuws kunnen ontstaan.

Binah brengt geven en begrenzen, liefde en oordeel, met elkaar in verhouding. Zij laat zien dat werkelijk begrip niet alleen bestaat uit het verzamelen van kennis, maar uit het vermogen verbanden te herkennen, onderscheid te maken en iedere gedachte een passende plaats te geven. Zo maakt Binah het mogelijk dat verborgen wijsheid begrijpelijk wordt en uiteindelijk binnen de werkelijkheid kan handelen.