Daat (דַּעַת), ‘kennis’ in het Hebreeuws, neemt een bijzondere plaats in binnen de Levensboom. Daat wordt soms een verborgen Sefira genoemd, maar vormt geen elfde Sefira naast de andere tien. Zij verschijnt wanneer Keter, het nog ongrijpbare potentieel, binnen het menselijke bewustzijn verborgen blijft.

Daat is geen kennis die alleen uit feiten of begrippen bestaat. Het is kennis die innerlijk is opgenomen en waarmee iemand zich heeft verbonden. Wat eerst buiten de mens stond, wordt in Daat onderdeel van de eigen waarneming, wil en richting. Daat vormt daardoor een brug tussen de hogere, verborgen processen en de wijze waarop deze binnen het menselijke bewustzijn werkzaam worden.

De beweging naar Daat begint bij Chochma, waar een eerste flits van inzicht verschijnt. In Binah wordt dit inzicht onderzocht, onderscheiden en van een vorm voorzien. In Daat worden de wijsheid van Chochma en het begrip van Binah met elkaar verbonden. Het inzicht wordt niet alleen begrepen, maar ook als een samenhangend geheel herkend en innerlijk bevestigd.

Het creatieve proces van een kunstenaar kan dit verduidelijken. In Chochma verschijnt een eerste idee, in Binah krijgt het details, verhoudingen en structuur. In Daat verbindt de kunstenaar zich met het gevormde idee en herkent het als iets wat werkelijk gemaakt moet worden. Daardoor kan het abstracte inzicht overgaan naar het concrete werk. Daat is niet het voltooide schilderij of beeldhouwwerk, maar de verbinding waardoor het idee verder kan gaan naar realisatie.

Binnen dit proces wordt Daat nauw verbonden met de menselijke wil. De goddelijke Wil verschijnt in Keter nog als een verborgen en onbegrensde richting. In Daat kan deze richting binnen het menselijke bewustzijn worden herkend en weerspiegeld. Kennis krijgt daardoor invloed op keuzes en handelingen en wordt een kanaal waardoor wat eerst verborgen was zichtbaar en werkzaam kan worden.

Binnen de chassidische leer bestaat een bijzondere verhouding tussen Keter en Daat. Wanneer Keter wordt geteld, wordt Daat niet geteld; wanneer Keter verborgen blijft, verschijnt Daat binnen de bewuste structuur van de Levensboom. Zo blijft het aantal Sefirot tien. Daat kan worden gezien als de bewuste uitdrukking van wat in Keter nog boven het bewustzijn aanwezig is.

Daat bevindt zich op de middellijn onder Keter. Deze positie laat haar verbindende functie zien. Daat brengt het potentieel van Keter, de wijsheid van Chochma en het begrip van Binah samen en maakt de overgang naar de volgende Sefirot mogelijk.

Een centrale goudkleurige lichtlijn verschijnt en verdwijnt door opeenvolgende doorgangen als beeld voor Daat, de middellijn en intuïtie

Deze beweging speelt ook een rol binnen intuïtie. Intuïtie vraagt om een voortdurende wisselwerking tussen open potentieel en gevormde kennis. Soms moet een inzicht in Daat worden vastgelegd en begrepen; op een ander moment moet deze vorm weer worden losgelaten om ruimte te maken voor een nieuwe mogelijkheid vanuit Keter.

Daat laat zien dat werkelijk kennen meer is dan informatie bezitten. Kennis krijgt pas betekenis wanneer iemand zich ermee verbindt en zij invloed krijgt op waarneming, wil en handelen. Zo vormt Daat de overgang tussen inzicht en werkelijkheid, tussen wat een mens begrijpt en wat hij daadwerkelijk in het leven tot uitdrukking brengt.