De middellijn, Kav Emtza’i (קו אמצעי), is in de eerste plaats niet een verbinding tussen de rechter- en linkerlijn. Zij vormt het midden dat als referentiepunt richting geeft aan wat later als rechts en links kan worden onderscheiden. Zonder een midden bestaan rechts en links niet als afzonderlijke posities. De middellijn is daarom conceptueel de eerste lijn van de schepping.
Na Tzimtzum Alef, de eerste begrenzing van de ontvangst, ontstaat een nieuwe verhouding tussen Ein Sof en Bechina Dalet, de volledig ontwikkelde Wil om te ontvangen. Vanuit Ein Sof wordt de Kav, de lijn, gericht op Bechina Dalet. Deze eerste gerichte beweging bepaalt het midden van de ontstane ruimte en vormt de oorspronkelijke middellijn.
‘Midden’ verwijst hier niet naar een plaats in de fysieke ruimte. Ook de woorden boven, beneden, rechts en links beschrijven geen ruimtelijke afstanden. Zij behoren tot de taal van wortel en tak. De middellijn verbeeldt een geestelijke richting: van de oorsprong naar het verlangen dat het Licht ontvangt en van oorzaak naar gevolg.
Vóór het verschijnen van deze lijn kan nog niet over rechts en links worden gesproken. Binnen de cirkelvormige verhouding staan alle punten gelijk ten opzichte van het middelpunt. De lijn introduceert richting, maat en opeenvolging. Daardoor ontstaat een centrale as waartegen andere posities en bewegingen kunnen worden bepaald.
De middellijn komt dus niet voort uit twee reeds bestaande zijden die met elkaar moeten worden verzoend. Het omgekeerde is het geval: doordat de middellijn een midden bepaalt, kunnen rechts en links zichtbaar worden. Zij ontlenen hun plaats en betekenis aan hun verhouding tot dit eerste referentiepunt.
In de kern van deze middellijn bevinden zich de wereld Adam Kadmon, afgekort als A”K, en de eerste Partsuf van A”K: Galgalta. Adam Kadmon is de eerste wereld die na Tzimtzum Alef ontstaat. Zij vormt de eerste geordende verhouding waarin het Licht vanuit Ein Sof volgens maat kan verschijnen.
Galgalta ontstaat binnen deze eerste wereld als haar eerste Partsuf. De Masach van Bechina Dalet werkt hier met de volledige intensiteit van de Wil om te ontvangen. Daardoor bereikt Galgalta de hoogte van Keter. De centrale plaats van Adam Kadmon en Galgalta maakt zichtbaar dat de middellijn aan de latere verdeling in rechts en links voorafgaat.
De wortel van de middellijn ligt in Keter. Keter vertegenwoordigt de Wil en het doel dat aan de verdere ontvouwing voorafgaat. Het is geen gemiddelde tussen Chochma en Binah. De richting van Keter is reeds aanwezig voordat het Licht en het vat in de eigenschappen van rechts en links worden onderscheiden.
De middellijn vormt daardoor een referentie voor de gehele verdere ontwikkeling. Iedere beweging van uitbreiding, begrenzing, ontvangen of geven kan worden onderzocht vanuit haar verhouding tot deze oorspronkelijke richting. De vraag is niet alleen of een kracht naar rechts of links beweegt, maar waarop zij gericht is en hoe zij zich tot het midden verhoudt.
Binnen de Levensboom worden Keter, Tiferet, Yesod en Malkhut op de middellijn geplaatst. Zij vormen verschillende graden waarop de centrale richting zichtbaar wordt. Keter draagt het oorspronkelijke doel, Tiferet maakt de juiste verhouding tot dat doel herkenbaar, Yesod richt de overdracht en Malkhut ontvangt de uitwerking ervan.
In Tiferet wordt het midden zichtbaar als een levend referentiepunt voor Chesed en Gevurah. Tiferet verbindt deze krachten niet alsof zij twee losse delen aan elkaar moet hechten. Zij maakt zichtbaar hoe zowel geven als begrenzen zich tot een gemeenschappelijke richting verhouden.
Daardoor is Tiferet geen compromis tussen veel geven en streng begrenzen. Soms vraagt de centrale richting om een ruime beweging van Chesed en soms om een duidelijke grens van Gevurah. Het midden hoeft niet op gelijke afstand van beide uitersten te liggen. Het functioneert als een maatstaf waardoor zichtbaar wordt welke beweging op dat moment passend is.
In Yesod krijgt de middellijn de functie van gerichtheid en overdracht. De werkingen van de voorafgaande Sefirot worden hier op Malkhut gericht. Yesod is het fundament waardoor de centrale lijn haar richting behoudt terwijl de verschillende krachten naar het ontvangende vat worden overgedragen.
Malkhut vormt het ontvangende uiteinde van deze lijn. Wat vanuit Keter als Wil en doel begint, bereikt in Malkhut een vorm waarin het ontvangen en zichtbaar kan worden. De middellijn loopt daardoor van de oorspronkelijke bedoeling naar de verwezenlijking ervan in het vat.
De Masach speelt hierin een wezenlijke rol. Het Licht wordt niet automatisch in Bechina Dalet ontvangen. Door de Masach ontstaat Ohr Chozer, het Terugkerende Licht, dat bepaalt in welke maat ontvangst mogelijk is. Iedere wereld rust op een lijn die voortkomt uit dit antwoord van het vat op het Licht. De oorspronkelijke middellijn blijft daarbij het centrale referentiepunt van de ordening.
De rechterlijn en linkerlijn verschijnen als verschillende verhoudingen tot dit midden. De rechterlijn draagt de beweging van openen, uitbreiden en geven. De linkerlijn draagt de beweging van onderscheiden, onderzoeken en begrenzen. Geen van beide bepaalt uit zichzelf de uiteindelijke richting. Hun betekenis wordt zichtbaar vanuit hun verhouding tot de middellijn.
Wanneer de rechterlijn haar verhouding tot het midden verliest, kan uitbreiding ongericht en grenzeloos worden. Wanneer de linkerlijn haar verhouding tot het midden verliest, kan onderscheid verstarren tot afsluiting en voortdurende beoordeling. Het probleem ligt dan niet in rechts of links zelf, maar in het verlies van het referentiepunt waaraan hun werking richting ontleent.
In de menselijke ervaring wordt dit beginsel herkenbaar wanneer eerst wordt vastgesteld waarop een handeling of ontwikkeling gericht is. Pas vanuit dat midden kan worden onderzocht of ruimte, terughoudendheid, geven of begrenzen nodig is. Zonder een centraal doel kunnen deze krachten elkaar afwisselen zonder werkelijk richting te krijgen.
De middellijn vraagt daarom niet allereerst om evenwicht, maar om oriëntatie. Wat is het referentiepunt? Waarop wordt het verlangen gericht? Welke bedoeling blijft aanwezig wanneer omstandigheden en handelingen veranderen? Vanuit deze vragen kunnen uiteenlopende bewegingen hun juiste plaats krijgen.
Een grens kan vanuit het midden nodig zijn om een ontwikkeling te beschermen. Een ruim gebaar kan vanuit hetzelfde midden nodig zijn om iets nieuws mogelijk te maken. De uiterlijke handelingen verschillen, maar ontlenen hun samenhang aan dezelfde centrale richting.
De middellijn is hierdoor niet statisch. Het referentiepunt blijft, terwijl de verhouding van de andere krachten kan veranderen. Het midden is geen onbeweeglijk punt dat iedere beweging tegenhoudt, maar een richting die verandering mogelijk maakt zonder dat het doel verloren gaat.
Zo beschrijft de middellijn de oorspronkelijke gerichtheid van de schepping: vanuit Ein Sof, door de na Tzimtzum Alef ontstane ruimte, naar Bechina Dalet. In haar kern liggen Adam Kadmon en Galgalta. Vanuit deze eerste centrale lijn worden rechts en links herkenbaar en krijgen uitbreiding en begrenzing een plaats binnen een geordende werkelijkheid.


