Adam Kadmon (אָדָם קַדְמוֹן) is binnen de Kabbala de prototype-mens. Vanuit de perceptie van ‘deze wereld’ en de fysieke mens is Adam Kadmon de hoogste spirituele vorm die de grens met Ein Sof raakt. Die grens behoort niet tot Ein Sof zelf, maar verschijnt aan de zijde van de schepping, waar het grenzeloze voor het eerst als een geordende vorm kan worden benaderd.
Het woord Kadmon draagt de betekenis van oorspronkelijk, voorafgaand en vooraan. Adam Kadmon staat daardoor aan het begin én aan het uiterste front van wat vanuit de schepping als vorm kan worden waargenomen. ‘Adam’ verwijst hier niet naar een lichamelijke mens, maar naar een volledig patroon waarin alle delen van de schepping in hun oorspronkelijke samenhang aanwezig zijn.
Na Tzimtzum Alef breidt de Kav zich vanuit Ein Sof uit in de Chalal. Binnen deze gemeten Lichtlijn ontstaat Adam Kadmon als de eerste en meest omvattende spirituele structuur. Wanneer vijf hoofdwerelden worden onderscheiden, gaat Adam Kadmon vooraf aan Atzilut, Briah, Yetzirah en Assiya.
De menselijke vorm is taal van wortel en tak. Begrippen als Rosj, ogen, oren, neus en mond beschrijven geen lichamelijke organen, maar functies waardoor Ohr wordt geordend en verder kan uitstralen. De fysieke mens kan vanuit deze verhouding worden gezien als een verre afspiegeling van het oorspronkelijke prototype, niet andersom.
Binnen Adam Kadmon worden vijf Partsufim onderscheiden: Galgalta, AB, SAG, MA en BON. Zij beschrijven opeenvolgende vormen waarin het verlangen, de Masach en het Ohr met elkaar in verhouding treden. Uit deze processen ontstaan de voorwaarden voor Akudim, Nekudim en Berudim en voor de verdere ontvouwing van de werelden.
Adam Kadmon is daarom geen godheid en ook geen bewustzijnstoestand die de fysieke mens letterlijk kan bereiken. Als prototype maakt het zichtbaar dat veelheid uit een oorspronkelijke samenhang voortkomt. Voor het menselijke bewustzijn kan dit een richting geven: niet om de eigen vorm uit te wissen, maar om in iedere afzonderlijke eigenschap iets van haar diepere oorsprong en plaats binnen het geheel te herkennen.


