Masach (מסך) betekent letterlijk ‘scherm’. In de Kabbala beschrijft dit begrip de kracht in het vat die voorkomt dat het Licht automatisch voor het eigen genoegen wordt ontvangen. De Masach is daarom niet eenvoudigweg een filter tussen Licht en vat, en ook geen afsluiting die het Licht buitenhoudt. Het scherm bepaalt op welke wijze het Licht kan worden ontvangen.

Het Licht staat voor de vervullende, goddelijke kracht; het vat voor de Wil om te ontvangen. Zonder een Masach volgt het vat zijn natuurlijke beweging en ontvangt het de vervulling rechtstreeks voor zichzelf. De Masach brengt in deze beweging een begrenzing aan. Hierdoor ontstaat als het ware een moment waarin niet alleen het verlangen zelf, maar ook de intentie achter het ontvangen bepalend wordt.

Wanneer het directe Licht op de Masach stuit, wordt het eerst teruggehouden of teruggekaatst. Deze teruggaande beweging wordt in de Kabbala Ohr Chozer (אור חוזר), ‘terugkerend Licht’, genoemd. Dit terugkerende Licht vormt vervolgens de maat waarbinnen het vat een deel van het directe Licht kan ontvangen — niet uitsluitend voor zichzelf, maar met de intentie om te geven.

Een brede lichtstraal wordt door een schuin scherm teruggekaatst, terwijl een smallere stroom gericht een vat bereikt

De Masach onderdrukt het verlangen dus niet en laat het ook niet verdwijnen. Juist de intensiteit van het verlangen vraagt om een overeenkomstige kracht van weerstand. Hier raakt de Masach aan Avioet en Kasjioet: Avioet duidt op de intensiteit van de Wil om te ontvangen, terwijl Kasjioet verwijst naar de kracht van het scherm om aan onmiddellijke ontvangst weerstand te bieden. De Masach brengt beide krachten met elkaar in verhouding.

Binnen het scheppingsproces maakt dit mechanisme een geordende wisselwerking tussen Licht en vat mogelijk. Waar deze verhouding niet in evenwicht is, kan het vat het Licht niet op de juiste wijze ontvangen. De Masach geeft daarom niet alleen een grens aan, maar schept ook de mogelijkheid tot een nieuwe vorm van ontvangst.

In het dagelijks leven kunnen we een weerspiegeling van dit beginsel herkennen in het vermogen om niet iedere impuls onmiddellijk te volgen. Een grens of innerlijke terughouding hoeft het verlangen niet af te wijzen. Zij kan ruimte scheppen om te onderzoeken vanuit welke bedoeling we handelen en hoe wat we ontvangen ook aan anderen of aan het geheel kan bijdragen.

Voor de ontwikkeling van de menselijke wil is de Masach daarom van wezenlijk belang. Zonder deze kracht blijft ontvangen vooral op het eigen genoegen gericht. Door de Masach kan de intentie van de wil geleidelijk veranderen. Zo wordt het scherm een belangrijk mechanisme binnen de Tikkoen: niet doordat het verlangen wordt vernietigd, maar doordat het een gecorrigeerde richting krijgt.