Tzimtzum Beit (צמצום ב׳), de tweede begrenzing, is geen herhaling van Tzimtzum Alef en ook geen verdere terugtrekking van God. Het begrip beschrijft een verandering in de ordening van de ontvangende krachten. Waar Tzimtzum Alef de ontvangst in Bechina Dalet begrenst, ontstaat bij Tzimtzum Beit een nieuwe grens binnen het vat zelf.
In de taal van de Kabbala wordt deze verandering beschreven als het opstijgen van Malchut naar Bina. Malchut vertegenwoordigt de volledig ontwikkelde Wil om te ontvangen; Bina wordt vooral verbonden met de Wil om te geven. Door hun verbinding wordt de kracht van het oordeel met de kracht van barmhartigheid vermengd. Ontvangen en geven staan daardoor niet langer volledig los van elkaar, maar worden binnen één ordening met elkaar in verhouding gebracht.
Deze nieuwe verhouding brengt ook een nieuwe grens voort. De bovenste, meer gevende delen van een spirituele graad kunnen het Licht ontvangen, terwijl de sterkere ontvangende delen voorlopig onder de grens vallen. In de technische taal van de Kabbala blijven Galgalta ve-Eynaim binnen de graad, terwijl AHP naar een lagere graad afdaalt. Het verlangen verdwijnt dus niet; een deel ervan kan alleen nog niet in de juiste verhouding tot het Licht functioneren.
Juist deze tijdelijke scheiding maakt latere verbinding mogelijk. Wanneer de ontvangende delen weer in de graad kunnen worden opgenomen, verbinden zij het hogere met het lagere. Tzimtzum Beit is daarom niet alleen een verdere begrenzing, maar ook een voorwaarde voor overdracht, ontwikkeling en Tikkoen. Wat aanvankelijk buiten de grens valt, kan later in een gecorrigeerde vorm worden opgenomen.
De titel materie moet daarbij niet letterlijk worden opgevat. Tzimtzum Beit schept niet onmiddellijk fysieke stof. De nieuwe grenzen maken wel een verdere differentiatie, verhulling en verdichting binnen de spirituele werelden mogelijk. Via vele tussenliggende stadia ontstaat uiteindelijk de fysieke wereld, waarin het Licht het sterkst verborgen is en afzonderlijke vormen als zelfstandig worden ervaren.
Ook de breking van de vaten is niet hetzelfde als Tzimtzum Beit. De tweede begrenzing vormt de ordening waarbinnen later de wereld van Nekudim ontstaat; pas daar vindt de breking plaats. De breking is dus een volgend proces, waarvan herstel mogelijk wordt doordat hogere en lagere graden door de nieuwe ordening met elkaar verbonden kunnen worden.
In de menselijke ervaring kunnen we hierin een weerspiegeling herkennen. Niet ieder verlangen kan onmiddellijk worden opgenomen in een gevende intentie. Sommige verlangens kunnen al bewust worden gebruikt, terwijl andere voorlopig begrensd moeten blijven. Spirituele ontwikkeling betekent dan niet dat die diepere verlangens worden vernietigd, maar dat geleidelijk een vorm ontstaat waarin ook zij deel kunnen worden van een gecorrigeerde verhouding tussen Licht en vat.


