In de Kabbala worden vier werelden onderscheiden: Atzilut, Briah, Yetzirah en Assiya. Binnen de Luriaanse Kabbala verschijnen vóór hun volledige ontvouwing drie opeenvolgende configuraties binnen Adam Kadmon: Akudim, Nekudim en Berudim. Zij beschrijven een beweging van eenheid, via afzondering, naar een geordende verbinding. Vooral Nekudim wordt verbonden met Olam HaTohu, de Wereld van Chaos.
Akudim betekent ‘gebonden’. In deze toestand verschijnen de tien Sefirot nog niet als afzonderlijke vaten, maar zijn hun Lichten in één gezamenlijk vat gebonden. Er is eenheid, maar nog nauwelijks onderscheid. Wanneer het Licht zich terugtrekt, ontstaat ruimte voor een volgende fase. Akudim wordt daarom niet beschreven als een wereld waarvan de vaten breken.
In Nekudim, de ‘punten’, verschijnen de Sefirot wel afzonderlijk. Iedere Sefira staat als het ware op zichzelf en kan de eigenschappen van de andere Sefirot nog niet in zich opnemen. De onderlinge verbinding ontbreekt, waardoor de vaten de intensiteit van het Licht niet kunnen dragen. Dit leidt tot Sjevirat HaKelim, het Breken van de Vaten. De brokstukken en vonken die uit deze breuk voortkomen, vormen het uitgangspunt voor het proces van herstel.
Berudim betekent ‘gevlekt’ of ‘geschakeerd’. De afzonderlijke eigenschappen verdwijnen niet, maar leren zich met elkaar te verbinden. Iedere Sefira kan daardoor ook iets van de andere Sefirot bevatten. De rechterlijn, linkerlijn en middellijn brengen de verschillende krachten in verhouding. Berudim wordt daarom verbonden met Olam HaTikkoen, de geordende wereld van Tikkoen, en met het ontstaan van Atzilut.
Deze drie toestanden kunnen ook als een beeld voor de ontwikkeling van het bewustzijn worden gelezen. Akudim verwijst dan naar een ongedifferentieerde toestand waarin afzonderlijke eigenschappen nog niet herkenbaar zijn. In Nekudim worden zij zichtbaar, maar werken zij los van elkaar en kunnen zij met elkaar botsen. Berudim verbeeldt een toestand waarin verschillen behouden blijven en toch deel worden van een samenhangend geheel.
Chaos betekent hier dus niet dat alles zonder betekenis of richting is. Tohu ontstaat doordat iedere kracht uitsluitend vanuit haar eigen aard werkt en geen ruimte heeft voor de andere. Tikkoen begint waar afzonderlijke krachten elkaar kunnen begrenzen, aanvullen en samen een blijvende structuur vormen.


