Iedereen in Nederland weet wat Mokum betekent: het is een bekende bijnaam voor Amsterdam. Velen weten ook dat het iets te maken heeft met de Joodse geschiedenis van de stad — dat het uit het Jiddisch of Hebreeuws komt — en dat klopt. "Mokum" is afgeleid van het Hebreeuwse woord Makom (מקום), dat ‘plaats’ of ‘plek’ betekent, maar in de Heilige Taal ook veel meer kan aanduiden: ruimte, bestemming, aanwezigheid.

In de Kabbala en het Chassidisme, die zich verdiepen in de spirituele kracht van woorden in de Heilige Taal, heeft Makom een veel diepere betekenis dan slechts een geografische locatie. In de Thora verschijnt het woord 127 keer, en in de volledige Tenach (de Hebreeuwse Bijbelcanon) maar liefst 379 keer.
De eerste keer dat Makom genoemd wordt, is in Genesis 1:9, waar God het water bijeenbrengt naar één plaats (Makom echad), zodat het droge land zichtbaar wordt. Het is dus de plaats waar water zich verzamelt, die de onthulling van het vaste land mogelijk maakt — een fascinerend voorbeeld van hoe beperking of samentrekking (Tzimtzum) ruimte schept voor onthulling.

Vanuit deze eerste verschijning groeit de betekenis van Makom uit tot een aanduiding van een heilige ruimte, een bestemming en zelfs een van de namen van God zelf.
In talmoedische en mystieke literatuur wordt God regelmatig aangeduid als HaMakom – “de Plaats” – als om te zeggen:
God is de ruimte waarin alles bestaat. Niet alleen een aanwezige in de wereld, maar de ruimte die het bestaan überhaupt mogelijk maakt.

Historische Amsterdamse gracht met brug en gouden licht dat door de wolken op het water valt

Dat betekent ook: Makom is niet altijd zichtbaar. Het is dichtbij, maar vraagt een innerlijke beweging om herkend te worden. In de context van de uittocht uit Egypte wordt steeds van plaats naar plaats gereisd — elk kampement heeft een naam en draagt een innerlijke betekenis. Die namen weerspiegelen gemoedstoestanden, beproevingen en transformaties in de ziel van de mens. Zo wordt de tocht een reis door innerlijke plekken. Makom als bestemming is altijd net voorbij het bereik van gewone waarneming, net buiten het vertrouwde terrein van de comfortzone. Maar pas als je weet dat het bestaat, kun je beginnen het te vinden.

De kabbalistische studie van Makom raakt aan fundamentele vragen over aanwezigheid, bestemming, vorm en potentie. De chassidische benadering brengt die inzichten tot leven: Makom is de plek waar de goddelijke aanwezigheid voelbaar is, tastbaar in ervaring, geladen met de mogelijkheid tot vernieuwing en vrijheid. Het is ook de plek waar verborgen goedheid en innerlijk potentieel zich kunnen openbaren — een ruimte waar je dichterbij komt, tot jezelf én tot de Bron.

In die geest kreeg Amsterdam vanaf de 17e eeuw de bijnaam Mokum van de Joodse gemeenschap. In een tijd waarin Joden in grote delen van Europa vervolgd of buitengesloten werden, bood Amsterdam relatieve vrijheid, veiligheid en ruimte om te leven, te denken, te werken en te geloven. Voor velen voelde het als een Makom: een plek waar iets van het goddelijke kon doorwerken in het menselijke.

J.