Binnen de Kabbala en het Chassidisme verwijst Ohr Pnimi (אור פנימי), het ‘innerlijke Licht’, naar het Licht dat een vat kan ontvangen en bevatten. ‘Innerlijk’ moet daarbij niet ruimtelijk worden opgevat. Het betekent dat het Licht in een werkelijke verhouding tot de vorm van het vat is gekomen en zich daarin kan kleden.
Het Licht zelf wordt in de Kabbala beschreven als zijnde in rust. Het verandert niet en neemt geen initiatief in de menselijke betekenis van het woord. De activiteit ligt aan de kant van het vat, dat door zijn Wil het Licht aantrekt en door zijn vorm bepaalt hoe het ontvangen kan worden. De Masach bepaalt vervolgens hoeveel Licht het vat bewust kan ontvangen zonder zijn eigen begrenzing te verliezen. Het deel dat op deze wijze wordt ontvangen, wordt Ohr Pnimi.
Het vat schept het Licht dus niet en verandert het Licht zelf evenmin. Het ontvangt het Licht en geeft daaraan door zijn eigen eigenschappen een bepaalde vorm van uitdrukking. Zoals hetzelfde water de vorm aanneemt van het vat waarin het wordt geschonken, zo wordt het ene, eenvoudige Licht zichtbaar volgens de vorm waarin het wordt ontvangen.
De betekenis van Ohr Pnimi voor de schepping en de mens is groot. Door het innerlijke Licht krijgt het vat levenskracht, vorm en betekenis. Voor de mens kan dit worden gezien als Licht dat niet alleen wordt waargenomen of verlangd, maar werkelijk in het bewustzijn, de eigenschappen en het handelen is opgenomen. Een inzicht wordt pas innerlijk Licht wanneer het niet alleen wordt begrepen, maar ook een vorm in het leven heeft gekregen.
Ohr Pnimi staat in een directe verhouding tot Ohr Makief, het ‘omringende Licht’. Beide begrippen beschrijven niet twee verschillende soorten Licht, maar twee verhoudingen tussen hetzelfde Licht en het vat. Wat het vat binnen zijn huidige vorm kan ontvangen, wordt Ohr Pnimi. Het Licht dat wel bij het vat hoort, maar de huidige capaciteit ervan overstijgt, blijft Ohr Makief.
Tussen beide bestaat een voortdurende spanning. Het innerlijke Licht vertegenwoordigt wat al ontvangen en verwerkt kan worden, terwijl het omringende Licht wijst op wat nog niet innerlijk kan worden opgenomen. Ohr Pnimi vormt zo de basis van de huidige vervulling; Ohr Makief nodigt het vat uit zich verder te ontwikkelen. Samen maken zij zichtbaar wat de mens al heeft kunnen verwezenlijken en wat nog als mogelijkheid aanwezig is.


