Binnen de Kabbala en het Chassidisme verwijst Ohr Makief (אור מקיף), het ‘omringende Licht’, naar Licht dat nog niet innerlijk door het vat kan worden ontvangen. ‘Omringend’ betekent daarbij niet dat dit Licht zich letterlijk rondom de mens of de wereld bevindt. Het beschrijft een vervulling die wel in verhouding tot het vat staat, maar de huidige capaciteit ervan overstijgt.

Het begrip Ohr Makief is nauw verbonden met de Tzimtzum. Deze begrenzing moet niet worden opgevat als een fysieke terugtrekking van God of als een vermindering van het Licht. De verandering vindt plaats aan de kant van het vat en in de wijze waarop het ontvangt. Waar Ohr Ein Sof volledig schijnt, kan geen afzonderlijke grens blijven bestaan. Door de Tzimtzum ontstaat aan de kant van het geschapene de mogelijkheid om een eigen, begrensde vorm te ervaren.

Dit kan worden vergeleken met een zorgvuldig afgestemde hoeveelheid Licht. Het vat ontvangt alleen wat het binnen zijn huidige vorm kan bevatten, zonder zijn begrenzing te verliezen. Wat het vat werkelijk kan ontvangen en verwerken, wordt Ohr Pnimi genoemd: innerlijk Licht. Het Licht dat bij het vat hoort, maar nog niet innerlijk kan worden ontvangen, wordt Ohr Makief genoemd.

Ohr Makief is daarom geen overbodig overschot en evenmin Licht dat van het vat is losgeraakt. Het blijft ermee verbonden als een mogelijkheid tot toekomstige ontvangst. De Masach bepaalt hoeveel Licht het vat bewust kan ontvangen. Wat nog niet binnen deze verhouding kan worden opgenomen, blijft ‘buiten’ als Ohr Makief. Ook dit ‘buiten’ is niet ruimtelijk bedoeld.

Een groot stil waterreservoir voedt door een kleine stenen sluis een smal irrigatiekanaal en het lager gelegen land

In deze zin kan Ohr Makief worden gezien als een oneindig tegoed: niet als een voorraad die ergens ligt te wachten, maar als vervulling waarvoor het vat nog niet de passende vorm heeft ontwikkeld. Het omringende Licht maakt zichtbaar dat de huidige grens van het vat niet noodzakelijk zijn uiteindelijke grens is.

Voor de mens heeft dit beeld een bijzondere betekenis. Ieder mens draagt mogelijkheden die nog niet volledig in het bewustzijn, de eigenschappen of het handelen kunnen worden opgenomen. Hoewel deze vervulling nog niet als innerlijk Licht wordt ervaren, kan haar invloed merkbaar worden in momenten van inzicht, inspiratie en het verlangen naar verandering.

Het Chassidisme benadrukt het leven met een bewustzijn van dit omringende Licht. Wat nog niet kan worden begrepen of innerlijk ervaren, hoeft daarom niet afwezig te zijn. Het kan de mens uitnodigen boven de huidige grenzen van het eigen begrip en de eigen gewoonten uit te stijgen. Naarmate de Wil wordt gevormd en het vat zich ontwikkelt, kan iets van wat eerst omringend was als innerlijke vervulling worden ontvangen.

Ohr Makief nodigt zo uit om de mens niet alleen te zien vanuit wat al verwezenlijkt is, maar ook vanuit wat nog ontvangen en ontwikkeld kan worden. Het herinnert eraan dat iedere bereikte vorm een werkelijke vorm is, maar niet noodzakelijk de laatste.