Reshimo (רשימו; meervoud: Reshimot, רשימות) betekent ‘indruk’, ‘spoor’ of ‘register’. In de technische taal van de Kabbala is een Reshimo wat in het vat achterblijft nadat het Licht uit een eerdere toestand is verdwenen. Het is geen zelfstandig voorwerp en evenmin een fysiek spoor, maar de bewaarde afdruk van de verhouding die tussen Licht en vat heeft bestaan.
Na Tzimtzum Alef wordt het Ohr Ein Sof niet langer op de oorspronkelijke wijze in Bechina Dalet ontvangen. Het vat blijft echter bestaan en draagt een indruk van de vervulling die het heeft gekend. De zogenoemde lege ruimte is daarom geen absoluut niets: in het gemis blijft ook een spoor van het Licht aanwezig.
Dit beginsel keert terug wanneer het Licht uit een Partsuf verdwijnt. In de Reshimot blijft informatie bewaard over zowel het Licht dat in het vat gekleed was als de ontvangende kracht waarmee het vat werkte. In meer technische termen spreekt de Kabbala over Reshimo de Hitlabshut, het register van de bekleding door het Licht, en Reshimo de Avioet, het register van de intensiteit van het verlangen. Samen vormen zij de uitgangsgegevens waaruit een volgende spirituele graad kan ontstaan.
Een Reshimo is daardoor meer dan een herinnering aan iets dat voorbij is. Het bewaart zowel de indruk van de eerdere vervulling als het verlangen dat door haar afwezigheid opnieuw voelbaar wordt. De vorige toestand keert niet eenvoudig terug; wat daarvan is overgebleven maakt een nieuwe verhouding en een volgende ontwikkeling mogelijk.
De vergelijking met spiritueel DNA kan hierbij behulpzaam zijn. Zoals DNA informatie draagt die de ontwikkeling van een organisme mede ordent, zo draagt een Reshimo in samengebalde vorm informatie van een eerdere spirituele toestand. De vergelijking moet niet letterlijk worden genomen: een Reshimo is geen biologische code, wordt niet gevormd door iedere afzonderlijke gedachte of emotie en is ook niet hetzelfde als het psychologische geheugen.
In de menselijke ervaring kunnen we een weerspiegeling hiervan herkennen wanneer een moment van inzicht, openheid of verbondenheid weer verdwijnt. De ervaring zelf is niet langer toegankelijk, maar zij laat een indruk achter die het verlangen verandert. De mens keert daardoor niet volledig terug naar de toestand van vóór die ervaring, ook wanneer het gevoel ervan verdwenen is.
Juist het verdwijnen maakt zichtbaar wat werkelijk in het vat is opgenomen. Zolang de vervulling aanwezig is, zijn Licht en vat moeilijk van elkaar te onderscheiden. Wanneer het Licht wijkt, wordt de vorm van het verlangen herkenbaar en kan duidelijk worden wat nog ontwikkeling of correctie vraagt. De afwezigheid is daarom niet uitsluitend verlies; zij kan ook het begin van een volgende beweging zijn.
Wanneer een nieuwe verhouding tot het Licht ontstaat, wordt de bewaarde informatie van de Reshimot werkzaam. De Masach bepaalt, in samenhang met Avioet en Kasjioet, welke ontvangst onder de nieuwe omstandigheden mogelijk is. Zo verbindt de Reshimo wat geweest is met wat nog kan ontstaan: niet als een herhaling van het verleden, maar als de innerlijke grondslag voor een volgende vorm.


