In de Kabbala wordt de ziel beschreven als een gelaagde werkelijkheid met vijf niveaus: Nefesj (נֶפֶשׁ; fonetisch: ne-fesj), Roeach (רוּחַ; fonetisch: roe-ach), Nesjama (נְשָׁמָה; fonetisch: ne-sja-ma), Chaja (חַיָּה; fonetisch: cha-ja) en Jechida (יְחִידָה; fonetisch: je-chie-da). Dit zijn geen afzonderlijke zielen, maar verschillende niveaus waarop dezelfde ziel zich kan openbaren.
Vier van deze niveaus worden verbonden met de vier werelden, gezamenlijk aangeduid als ABiYA (אבי״ע; fonetisch: a-bie-ja): Atzilut (אֲצִילוּת; fonetisch: a-tsie-loet), Briah (בְּרִיאָה; fonetisch: brie-a), Yetzirah (יְצִירָה; fonetisch: jet-sie-ra) en Assiya (עֲשִׂיָּה; fonetisch: a-sie-ja). Deze werelden zijn geen afzonderlijke plaatsen. Zij beschrijven verschillende graden van openbaring, vorming en verhulling.
Met Atzilut wordt Chaja verbonden. In deze wereld is de verhouding tot de Bron nog nauwelijks als afstand herkenbaar. Chaja, letterlijk ‘levende’, verwijst naar een omvattende levenskracht die het persoonlijke bewustzijn te boven gaat. Dit niveau wordt niet rechtstreeks als een afzonderlijk deel van het dagelijkse zelf ervaren, maar werkt er als een hoger Licht op in.
Briah wordt verbonden met Nesjama, het niveau van inzicht, bewustzijn en het vermogen om voorbij de onmiddellijke persoonlijke ervaring te kijken. Tegelijkertijd heeft Briah een bijzondere vormende functie. Deze wereld wordt Machzevet HaNesjamot (מַחְצֶבֶת הַנְּשָׁמוֹת; fonetisch: mach-tse-vet ha-ne-sja-mot) genoemd: de bron of mijn van de zielen.
Onder Ga’R de Binah (ג״ר דְּבִינָה; fonetisch: gar de bie-na), bij de Parsa (פַּרְסָא; fonetisch: par-sa), wordt in samenhang met Sjevirat HaKelim (שְׁבִירַת הַכֵּלִים; fonetisch: sje-vie-rat ha-ke-liem), het Breken van de Vaten, de eerste gezamenlijke Ziel verdeeld in ‘600.000’ delen of zielenwortels. Dit getal is typologisch: het drukt de volledige ontvouwing van de veelheid uit en moet niet als een letterlijk aantal afzonderlijke zielen worden gelezen. In Briah worden de zielen gevormd als onderscheiden delen van één gedeelde oorsprong.
Yetzirah wordt verbonden met Roeach. Hier krijgt wat in Briah als mogelijkheid en onderscheid aanwezig is een verdere innerlijke vorm. Roeach is verbonden met beweging, gevoel, karaktereigenschappen en expressie. Innerlijke krachten krijgen richting en verhouding, voordat zij in de concrete werkelijkheid tot handeling worden.
Assiya wordt verbonden met Nefesj. Het is de wereld van handeling en omvat ook de spirituele werkelijkheid die aan de fysieke wereld voorafgaat. Nefesj is het niveau van levenskracht dat het dichtst bij het lichaam, de natuurlijke verlangens en het concrete handelen staat. Juist hier kan een innerlijke intentie zichtbaar en werkzaam worden.
Het vijfde niveau, Jechida, valt niet eenvoudig binnen de vierdeling van ABiYA. Jechida drukt de oorspronkelijke eenheid van de ziel uit en wordt verbonden met Adam Kadmon en met Keter. Zij verwijst naar een eenheid die aan de verdeling in afzonderlijke niveaus voorafgaat en daarin toch als diepste oorsprong aanwezig blijft.
De vier werelden en de vijf zielsniveaus beschrijven zo geen ladder waarop de mens zijn lagere delen achterlaat. Zij maken zichtbaar hoe dezelfde oorsprong zich in verschillende graden kan ontvouwen: als eenheid, inzicht, gevoel, levenskracht en handeling. De ontwikkeling van de ziel bestaat niet uit ontsnappen aan Assiya, maar uit het steeds bewuster verbinden van de concrete werkelijkheid met haar diepere wortel.


