De Zohar, letterlijk ‘schittering’ of ‘glans’, is een van de belangrijkste teksten van de Joodse mystiek. Het is geen boek met een doorlopend betoog, maar een omvangrijke verzameling verhalen, gesprekken, Bijbeluitleg en mystieke beschouwingen. De tekst volgt grotendeels de gedeelten van de Thora, maar beweegt voortdurend tussen woorden, beelden en betekenislagen.
De Zohar presenteert zichzelf als het onderricht van rabbijn Shimon bar Jochai, een geleerde uit de tweede eeuw, en van de kring van vrienden en leerlingen om hem heen. Zij wandelen door het landschap, ontmoeten vreemdelingen, zien dieren of bomen en beginnen naar aanleiding daarvan de Thora te onderzoeken. Een ontmoeting onderweg of een enkel woord uit een Bijbelvers kan de toegang worden tot een uitgebreide beschouwing over de schepping, de ziel of de goddelijke werkelijkheid.
Binnen de traditionele overlevering wordt de Zohar daarom verbonden met rabbijn Shimon bar Jochai. Historisch onderzoek plaatst het verschijnen van de teksten echter vooral in het Spanje van de late dertiende eeuw. De kabbalist Mozes de León speelde daarbij een belangrijke rol. Lange tijd werd hij als de afzonderlijke auteur beschouwd, maar tegenwoordig wordt vaker gedacht aan een langere ontwikkeling waarin verschillende teksten, schrijvers en kabbalistische kringen hebben bijgedragen aan wat later als de Zohar bekend werd.
Deze twee perspectieven hoeven voor de lezer niet eenvoudig tegen elkaar te worden uitgespeeld. De traditionele toeschrijving maakt deel uit van de innerlijke wereld van de Zohar, terwijl historisch onderzoek probeert te begrijpen wanneer, waar en binnen welke omgeving de teksten hun huidige vorm kregen.
De Zohar is meer dan een commentaar op de Thora. De zichtbare verhalen van de Bijbel worden gelezen als een toegang tot processen die zich achter en binnen de tekst afspelen. Personen, plaatsen, dieren en handelingen kunnen verwijzen naar spirituele krachten en verhoudingen. Een reis kan een beweging van de ziel weerspiegelen, een ontmoeting kan een verbinding tussen verschillende krachten zichtbaar maken en een conflict op aarde kan verwijzen naar een spanning binnen de goddelijke wereld.
Daarbij functioneren de symbolen niet als een woordenboek waarin ieder beeld slechts één vaste betekenis heeft. Eenzelfde symbool kan afhankelijk van de tekst en de onderlinge verhoudingen een andere betekenis krijgen. Water kan verwijzen naar leven, wijsheid, liefdevolle goedheid of een stroom van Licht. Een slang kan gevaar en verleiding vertegenwoordigen, maar ook bescherming, genezing of transformatie. De betekenis ontstaat niet alleen vanuit het afzonderlijke symbool, maar vanuit de plaats die het binnen het gehele verhaal inneemt.
De Zohar onderzoekt onder meer de werking van de Sefirot, de verhouding tussen mannelijke en vrouwelijke krachten, de aanwezigheid van de Sjechina, de oorsprong van goed en kwaad en de verbinding tussen de menselijke en de goddelijke werelden. De handelingen van de mens staan daarbij niet los van de hogere werkelijkheid. Een woord, gedachte of daad kan invloed uitoefenen op de verhoudingen tussen de verschillende krachten van de schepping.
In de uitleg van rabbijn Yehuda Ashlag houdt de Zohar zich vooral bezig met de wijze waarop de hogere niveaus binnen de lagere werelden worden ontvangen. Over Ein Sof en de wereld Atzilut wordt gesproken voor zover hun Licht in de werelden Briah, Yetzirah en Assiya wordt ontvangen. De Zohar probeert het wezen van Ein Sof zelf dus niet te beschrijven. De aandacht ligt op de wijze waarop het verborgen Licht zich binnen vormen en verhoudingen kenbaar maakt.
De taal van de Zohar speelt hierin een bijzondere rol. De tekst is grotendeels geschreven in een eigen, poëtische vorm van het Aramees. Bijbelverzen, woordspelingen, beelden, herhalingen en onverwachte associaties vloeien voortdurend in elkaar over. Een gedachte wordt niet altijd afgerond voordat een volgend beeld verschijnt. Daardoor laat de Zohar zich moeilijk uitsluitend als een systematische uiteenzetting lezen.
Deze taal brengt niet alleen ideeën over, maar kan ook invloed hebben op de toestand waarin wordt gelezen. Het ritme, de herhaling en de opeenvolging van beelden vertragen het gewone denken. De lezer wordt niet alleen gevraagd te begrijpen, maar ook waar te nemen wat de woorden in het bewustzijn oproepen. De tekst kan zo een meditatief effect krijgen waarin betekenissen niet onmiddellijk worden vastgelegd, maar zich blijven ontvouwen.
De bijzondere poëtische vorm van het Aramees en de gelaagdheid van de Heilige Taal kunnen bij de lezer een proces op gang brengen dat aan pareidolie doet denken: in de open en soms raadselachtige tekst worden steeds nieuwe patronen en verbanden zichtbaar. Waarschijnlijk zijn niet al deze betekenissen bewust door de schrijvers aangebracht. Toch biedt de tekst een rijke structuur waarin beelden, woorden en ideeën elkaar voortdurend oproepen. Daardoor ontstaat een meditatief effect: de betekenis sluit zich niet, maar blijft nieuwe ideeën voortbrengen.
Pareidolie is daarmee niet de interpretatiemethode van de Zohar, maar kan wel het begin zijn van het effect dat de tekst op het bewustzijn heeft. Een eerste, misschien nog toevallige associatie kan de aandacht openen. Vervolgens kan deze associatie worden onderzocht binnen de taal van de tekst, andere Bijbelverzen en het grotere netwerk van kabbalistische symbolen. Wat aanvankelijk als een vluchtige overeenkomst verschijnt, kan zo uitgroeien tot een nieuwe gedachte of een andere manier van kijken.
Een kort verhaal uit de Zohar laat zien hoe zo’n proces kan beginnen:
Terwijl rabbijn Shimon en zijn vrienden wandelden, zagen zij een slang op de weg voor zich. Rabbijn Shimon zei: ‘Deze slang zal vast een wonder voor ons verrichten.’ De slang schoot snel vooruit en raakte verwikkeld in een gevecht met een adder aan de overkant van de weg. Beide slangen vochten en stierven. Toen rabbijn Shimon en zijn vrienden bij hen aankwamen, zagen zij de twee slangen dood op de weg liggen. Rabbijn Shimon zei: ‘Gezegend is de Barmhartige die dit wonder voor ons heeft verricht.’
Zohar, Emor 49
Op het eerste gezicht is dit een eenvoudig wonderverhaal: een slang doodt een gevaarlijke adder voordat deze de reizigers kan bereiken. Maar vrijwel ieder detail roept nieuwe vragen op. Waarom weet rabbijn Shimon vooraf dat de slang een wonder zal verrichten? Waarom komt de redding niet van buitenaf, maar door een gevecht tussen twee verwante dieren? Een adder is immers zelf een slang. Waarom moet de slang die het wonder verricht eveneens sterven?
De tekst geeft geen enkelvoudig antwoord dat alle andere mogelijkheden uitsluit. Misschien wordt een vernietigende kracht door een andere kracht begrensd. Misschien kan iets wat gewoonlijk als gevaarlijk wordt gezien onder bepaalde omstandigheden bescherming bieden. Misschien bestaat het wonder juist uit een verandering van verhouding, waarbij twee krachten elkaar opheffen voordat zij de reizigers bereiken.
Ook het wandelen is betekenisvol. In de Zohar zijn rabbijn Shimon en zijn vrienden vaak onderweg. De weg is niet alleen een plaats tussen vertrek en bestemming, maar een toestand waarin de vertrouwde ordening tijdelijk wordt losgelaten. Juist daar kunnen gebeurtenissen en ontmoetingen een nieuwe betekenis krijgen. Het zichtbare landschap wordt een tekst die samen met de Thora wordt gelezen.
Dit voorbeeld toont hoe de Zohar de lezer uitnodigt om niet te snel bij één verklaring stil te blijven staan. De slang en de adder zijn concrete dieren binnen het verhaal, maar worden tegelijk dragers van mogelijke betekenissen. De symbolische lezing ontkent de zichtbare werkelijkheid niet. Zij vraagt welke verborgen verhouding zich door die werkelijkheid heen kan tonen.
De invloed van de Zohar op de verdere ontwikkeling van de Kabbala is groot. Kabbalisten in Safed, onder wie Mozes Cordovero en Isaak Luria, bouwden voort op de beelden en begrippen van de Zohar. Via de Luriaanse Kabbala kregen deze ideeën later ook een belangrijke plaats binnen het Chassidisme. Begrippen als de Sefirot, de Sjechina, spirituele werelden en het herstel van verbroken verhoudingen kregen mede door de Zohar hun blijvende plaats in de Joodse mystiek.
Ook de moderne lezer kan in de Zohar psychologische en filosofische dimensies herkennen. De innerlijke tegenstellingen van de mens, de spanning tussen verlangen en begrenzing en het zoeken naar verbinding worden in de tekst voortdurend zichtbaar. Toch is de Zohar geen psychologisch handboek. De menselijke ervaring wordt altijd geplaatst binnen een grotere werkelijkheid waarin ziel, kosmos en goddelijke krachten met elkaar verbonden zijn.
De Zohar blijft daardoor moeilijk in één definitie te vangen. Het is tegelijk commentaar, verhaal, mystieke symboliek en meditatieve taal. De tekst geeft niet alleen antwoorden, maar brengt vooral een beweging van vragen en associaties op gang. Iedere betekenis kan een nieuwe laag openen en ieder beeld kan vanuit een andere verhouding opnieuw worden gelezen.
Misschien ligt juist daarin de schittering waarnaar de naam Zohar verwijst. Niet in één vaststaand inzicht, maar in het licht dat tussen de verschillende lagen zichtbaar wordt en bij iedere lezing opnieuw van richting kan veranderen.


