Rosj HaSjana wordt meestal aangeduid als het Joodse Nieuwjaar, maar de Hebreeuwse naam betekent letterlijk ‘Hoofd van het Jaar’. Een hoofd is niet alleen het beginpunt van een lichaam. Het bevat ook de waarneming, richting en intentie van waaruit het verdere handelen ontstaat. Rosj HaSjana verwijst daardoor niet uitsluitend naar het begin van een nieuwe periode, maar naar het verborgen punt waarin de richting van het komende jaar besloten kan liggen.
Binnen de cyclische kalender is een nieuw jaar geen eenvoudige herhaling van wat eerder heeft plaatsgevonden. De beweging keert terug naar haar begin om daar opnieuw verbinding te maken met de scheppende mogelijkheid waaruit zij is ontstaan. Terugkeren naar het begin betekent dan niet teruggaan in de tijd, maar opnieuw aandacht geven aan de oorsprong van de eigen wil, gedachten en handelingen.
Volgens de rabbijnse traditie wordt Rosj HaSjana verbonden met de schepping van de eerste mens. Het is dus niet letterlijk de eerste dag van het scheppingsverhaal, maar de dag waarop binnen de schepping een bewust wezen verschijnt dat de werkelijkheid kan waarnemen, benoemen en beantwoorden. In die betekenis markeert Rosj HaSjana de geboorte van de menselijke verhouding tot de schepping.
De gebruiken die met deze dagen verbonden zijn, kunnen worden benaderd als symbolische handelingen die de mens terugvoeren naar diepere lagen van die verhouding. Zij herinneren eraan dat zichtbare vormen niet op zichzelf staan, maar voortkomen uit een nog verborgen oorsprong. Rosj HaSjana nodigt uit om voorbij de bestaande uitwerking te kijken en opnieuw aandacht te schenken aan de richting die eraan voorafgaat.
De sjofar is een eenvoudig blaasinstrument dat meestal uit de hoorn van een ram wordt gemaakt en al sinds de Bijbelse tijd voor rituele signalen wordt gebruikt. Het geluid ervan bestaat niet uit woorden of een uitgewerkte melodie. Het begint met adem en verschijnt als een ongevormde, indringende klank. Juist daardoor kan de sjofar worden gehoord als een geluid dat aan de gewone taal voorafgaat. De klank roept de mens terug van alle verhalen, verklaringen en vaste vormen naar een oorspronkelijke laag van bewustzijn.
Deze oproep tot ontwaken is niet alleen een aansporing om anders te handelen. Zij richt de aandacht eerst op de bron waaruit het handelen ontstaat. Welke verlangens bepalen de richting? Welke mogelijkheden zijn onder gewoonten en vertrouwde vormen verborgen geraakt? Wat wil in het komende jaar een nieuwe uitdrukking krijgen?
Rosj HaSjana biedt zo een moment van innerlijke terugkeer en hernieuwde afstemming. Introspectie betekent daarbij niet uitsluitend terugkijken naar wat goed of verkeerd is gegaan. Het is ook een beweging naar het nog ongevormde potentieel van het leven: naar datgene wat opnieuw ontvangen, ontwikkeld en zichtbaar gemaakt kan worden.
Het beeld van een verjaardag krijgt binnen deze benadering een ruimere betekenis. Zoals op een verjaardag niet alleen het verstrijken van tijd wordt herdacht, maar ook de mogelijkheid van een nieuw levensjaar, zo verwijst Rosj HaSjana naar de voortdurende vernieuwing van de werkelijkheid. De scheppende kracht behoort niet alleen tot een ver verleden; zij kan in ieder nieuw begin opnieuw worden herkend.
Rosj HaSjana nodigt uit om terug te keren naar het Hoofd van het proces: naar de verborgen richting voordat deze in gedachten, woorden en handelingen uiteenvalt. Vanuit die terugkeer kan het jaar niet alleen opnieuw beginnen, maar vanuit een vernieuwde intentie verdergaan. Het nieuwe ontstaat wanneer de mens zich opnieuw verbindt met de oorsprong van waaruit creativiteit, bewustzijn en handelen zich kunnen ontvouwen.


