De maand Tisjrei vormt een beweging van tweeëntwintig dagen die begint met Rosj HaSjana en verdergaat naar Jom Kipoer, Soekot en Simchat Thora. De eerste tien dagen staan bekend als de dagen van inkeer en eindigen met Jom Kipoer. Daarna volgen twaalf dagen waarin de herstelde verbinding geleidelijk een nieuwe vorm krijgt binnen het leven.

Jom Kipoer wordt meestal vertaald als de Grote Verzoendag. De Hebreeuwse naam Jom HaKippoerim (יוֹם הַכִּפּוּרִים) bevat echter een meervoudsvorm: de Dag van de Verzoeningen. Dit kan erop wijzen dat verzoening zich op meerdere niveaus voltrekt. Zij betreft niet alleen de verhouding tussen mensen of het herstellen van een gemaakte fout, maar ook de verbinding tussen de mens en zichzelf, tussen de menselijke wil en haar oorsprong, en tussen de zichtbare werkelijkheid en de spirituele krachten die daarin werkzaam zijn.

Binnen de Kabbala wordt Jom Kipoer verbonden met het werk aan de linkerlijn. De linkerlijn vertegenwoordigt begrenzing, onderscheid en oordeel. Zij maakt het mogelijk de eigen wil te onderzoeken en zichtbaar te maken waar verlangens, gedachten en handelingen hun verbinding met een groter geheel zijn kwijtgeraakt. Oordeel betekent in deze zin niet alleen veroordeling, maar vooral het vermogen helder onderscheid te maken.

De linkerlijn kan niet zonder de rechterlijn bestaan. De rechterlijn vertegenwoordigt geven, uitbreiding, liefde en vertrouwen. In Hooglied 2:6 wordt deze verhouding verbeeld door de linkerarm die ondersteunt en de rechterarm die omhelst. Verzoening vraagt om beide bewegingen: de helderheid om te herkennen wat begrensd of veranderd moet worden, en de openheid waarin herstel en een nieuwe verbinding mogelijk zijn.

Een ronde sculptuur van donkere steen en warm hout wordt boven en onder door koper verbonden als beeld voor verzoening

Ook de menselijke wil bevat verschillende richtingen. Hetzelfde verlangen kan op verbinding of afscheiding, op ontvangen of doorgeven worden gericht. Het werk van Jom Kipoer bestaat daarom niet uit het onderdrukken of vernietigen van de wil. Het gaat om het onderzoeken van haar richting en om het herstellen van de verhouding tussen de krachten die in haar werkzaam zijn.

Dit innerlijke onderzoek vraagt om een tijdelijke afstand tot de gewone drukte en de onmiddellijke aantrekkingskracht van de materiële werkelijkheid. Dat betekent niet dat de fysieke wereld onwerkelijk is of verlaten moet worden. De zichtbare werkelijkheid kan echter de indruk wekken dat zij volledig op zichzelf bestaat. Door even niet uitsluitend op haar uiterlijke vormen te reageren, kan opnieuw aandacht ontstaan voor de levenskracht en betekenis die erin verborgen liggen.

De Thora verwoordt dit in Deuteronomium 8:3 met de gedachte dat de mens niet van brood alleen leeft, maar van alles wat uit de goddelijke mond voortkomt. Brood vertegenwoordigt de zichtbare vorm die het lichaam voedt. Het goddelijke woord verwijst naar de verborgen invloed die deze vorm draagt en haar levenskracht geeft. De materiële en spirituele werkelijkheid zijn daardoor geen twee van elkaar gescheiden gebieden; de zichtbare vorm ontvangt voortdurend uit een bron die zelf niet zichtbaar is.

Volgens de Luriaanse Kabbala bereikt deze levenskracht de wereld via verschillende werelden, Sefirot en kanalen. Het Licht zelf verandert niet, maar de wijze waarop het wordt ontvangen kan helder of verhuld zijn. Wanneer de menselijke wil uitsluitend op zichzelf wordt gericht, kan de verbinding met de oorsprong van het ontvangene verborgen raken. Wanneer geven, liefde en verantwoordelijkheid opnieuw een plaats krijgen, kan die verbinding bewuster worden ervaren.

Jom Kipoer wordt in deze mystieke ordening verbonden met Binah, de Sefira van begrip, onderscheid en terugkeer. De menselijke en zichtbare werkelijkheid wordt verbonden met Malkhut, de ontvangende Sefira waarin de eerdere krachten concreet verschijnen. Op Jom Kipoer wordt de afstand tussen deze niveaus als het ware tijdelijk overbrugd. Malkhut keert terug naar Binah: de zichtbare vorm zoekt opnieuw verbinding met het begrip en de oorsprong waaruit zij is voortgekomen.

Deze terugkeer verwijdert het verleden niet. Verzoening betekent niet dat gebeurtenissen ongedaan worden gemaakt of dat verschillen verdwijnen. Wat gebroken of losgeraakt is, kan wel opnieuw binnen een ruimere samenhang worden opgenomen. Daarin raakt Jom Kipoer aan Tikkoen: herstel ontstaat niet door terug te keren naar een toestand waarin nooit iets is gebeurd, maar door aan het gebeurde een nieuwe plaats en richting te geven.

Jom Kipoer laat verzoening zo verschijnen als een beweging naar verbinding. De linkerlijn maakt onderscheid en brengt verborgen breuken aan het licht; de rechterlijn opent de mogelijkheid tot herstel. Wanneer beide binnen de middellijn met elkaar worden verbonden, kan een nieuwe verhouding ontstaan tussen wil en handeling, tussen geven en ontvangen, en tussen de zichtbare werkelijkheid en haar verborgen bron.