Berudim (בְּרֻדִּים) betekent ‘gevlekt’ of ‘geschakeerd’. Binnen de Luriaanse Kabbala is het de derde configuratie die vanuit Adam Kadmon ontstaat, na Akudim en Nekudim. Deze drie toestanden beschrijven een beweging van eenheid naar afzondering en vervolgens naar een nieuwe ordening. Berudim wordt verbonden met Olam HaTikkoen: de wereld waarin herstel mogelijk wordt.

In Nekudim verschenen de Sefirot als afzonderlijke punten. Iedere Sefira werkte vanuit haar eigen eigenschap en kon de andere eigenschappen nog niet in zich opnemen. Door dit gebrek aan onderlinge verbinding konden de vaten de intensiteit van het Ohr niet dragen. Het gevolg was Sjevirat HaKelim, het Breken van de Vaten. Berudim ontstaat niet door terug te keren naar de toestand vóór deze breuk, maar door uit de overgebleven delen een nieuwe verhouding op te bouwen.

Een nieuw Licht, verbonden met de naam MaH, straalt volgens de beeldtaal van de Kabbala uit het ‘voorhoofd’ van Adam Kadmon. Dit Licht verbindt zich met wat uit Nekudim is overgebleven, aangeduid als BaN. MaH en BaN vertegenwoordigen verschillende krachten die elkaar nodig hebben: vernieuwing en het materiaal dat gecorrigeerd kan worden. Hun verbinding vormt het begin van Tikkoen.

Afzonderlijke gekleurde wollen draden worden samengeweven tot één stevig geschakeerd weefsel als beeld voor Berudim

Het wezenlijke kenmerk van Berudim is Hitkaleloet: wederzijdse insluiting. Iedere Sefira behoudt haar eigen aard, maar bevat tegelijkertijd iets van de andere Sefirot. Chesed kan daardoor begrenzing opnemen en Gevurah kan binnen haar begrenzing ruimte geven. De rechterlijn, linkerlijn en middellijn worden met elkaar verbonden. Uit deze samenhang ontstaan Partsufim: geordende configuraties waarin de Sefirot als één geheel kunnen functioneren.

Berudim wordt soms beschreven als een stadium vóór Atzilut, maar in Luriaanse teksten wordt het ook vereenzelvigd met Atzilut in de toestand van Tikkoen. Het gaat dus niet noodzakelijk om twee afzonderlijke werelden. Berudim benoemt vooral de wijze waarop Atzilut na de breuk wordt geordend: niet als een verzameling geïsoleerde krachten, maar als een structuur van onderlinge afhankelijkheid.

Ook binnen het bewustzijn kan Berudim als een proces worden gelezen. Een mens draagt verschillende en soms tegengestelde eigenschappen in zich. Herstel betekent niet dat één eigenschap de andere uitschakelt, maar dat iedere kracht haar passende plaats vindt en door andere krachten wordt aangevuld. De nieuwe orde ontstaat wanneer verschil niet langer tot afzondering leidt, maar deel wordt van een samenhangend geheel.