Binnen de Kabbala wordt de schepping niet uitsluitend beschouwd als een gebeurtenis die ooit heeft plaatsgevonden. Zij is een voortdurend proces waarin mogelijkheden zich ontvouwen en stap voor stap een herkenbare vorm krijgen. De vier werelden Atzilut, Briah, Yetzirah en Assiya beschrijven verschillende niveaus binnen deze beweging.

Deze werelden worden samen aangeduid met de afkorting ABYA (אבי״ע). Zij zijn geen van elkaar gescheiden plaatsen en volgen elkaar niet op binnen de gewone tijd. Ze beschrijven een ordening van oorzaak en gevolg: van een werkelijkheid waarin het goddelijke nog vrijwel onverhuld aanwezig is naar de concrete wereld van vormen, handelingen en afzonderlijke wezens.

Atzilut (אֲצִילוּת), de ‘wereld van nabijheid’ of ‘emanatie’, is de hoogste van deze vier werelden. Hier worden de goddelijke eigenschappen zichtbaar als een geordend systeem van tien Sefirot. De Sefirot zijn geen afzonderlijke delen van de Schepper, maar wijzen op verschillende wijzen waarop het ene Licht binnen de schepping kan worden ontvangen en doorgegeven. In Atzilut zijn Licht en vat nog binnen een sterke eenheid met elkaar verbonden.

In Briah (בְּרִיאָה), de ‘wereld van creatie’, begint een duidelijker onderscheid te ontstaan tussen de Bron en datgene wat geschapen wordt. Mogelijkheden die in Atzilut nog binnen de eenheid van de Sefirot aanwezig zijn, verschijnen hier als een eerste zelfstandige scheppingsvorm. Briah kan daardoor worden vergeleken met een innerlijke blauwdruk waarin een creatie als mogelijkheid aanwezig is, maar nog geen concrete uiterlijke vorm heeft gekregen.

Yetzirah (יְצִירָה), de ‘wereld van vorming’, geeft verdere structuur aan wat in Briah als mogelijkheid is ontstaan. Verhoudingen, eigenschappen en krachten krijgen hier een bepaalde vorm en ordening. Binnen de traditionele kabbalistische indeling wordt Yetzirah ook verbonden met de wereld van de engelen: krachten met een specifieke functie binnen het grotere scheppingsproces.

Assiya (עֲשִׂיָּה), de ‘wereld van handeling’, is het niveau waarop het proces tot uitvoering komt. Ook de fysieke werkelijkheid, Olam HaZeh (עוֹלָם הַזֶּה), behoort tot het laagste gedeelte van Assiya. Hier worden mogelijkheden zichtbaar als concrete vormen, levende wezens, voorwerpen, gebeurtenissen en menselijke handelingen.

De vier werelden vormen samen één doorgaande beweging. Wat in Atzilut als goddelijke eigenschap aanwezig is, verschijnt in Briah als mogelijkheid, krijgt in Yetzirah vorm en wordt in Assiya tot handeling of zichtbare werkelijkheid gebracht. Iedere wereld ontvangt uit de wereld die eraan voorafgaat en geeft het ontvangene in een verder begrensde vorm door.

Eén vorm ontwikkelt zich op een werktafel van een houtskoolschets via een nauwkeurige tekening en papieren model tot een keramisch object

Deze beweging kan niet alleen in het kosmische scheppingsproces worden onderzocht. Zij is ook herkenbaar binnen menselijke creativiteit. Een nog ongevormde richting of Wil kan verschijnen als een eerste idee, vervolgens worden ontwikkeld tot een plan en uiteindelijk als handeling, tekst, kunstwerk of andere creatie zichtbaar worden. De vier werelden bieden zo een taal om te begrijpen hoe iets vanuit verborgen potentieel tot een concrete vorm komt.

De voortdurende schepping wordt verbonden met Keter en de goddelijke Wil die aan iedere ontwikkeling richting geeft. Het Ohr Ein SofLicht Oneindig — verandert daarbij niet; de veranderingen vinden plaats in de werelden en in de vaten die het Licht ontvangen. Schepping betekent daardoor niet dat de Bron telkens iets nieuws hoeft te worden, maar dat haar invloed binnen steeds andere verhoudingen en vormen zichtbaar kan worden.

Atzilut, Briah, Yetzirah en Assiya beschrijven zo geen eenmalige afdaling uit een ver verleden. Zij verwijzen naar een proces dat voortdurend werkzaam is: in de schepping, in de natuur, in het bewustzijn en in iedere beweging waarin een verborgen mogelijkheid uiteindelijk een plaats in de werkelijkheid krijgt.