Binnen de Kabbala hoeft chaos niet uitsluitend te wijzen op het ontbreken van orde. Zij kan ook verschijnen in een overgang waarin een bestaande vorm haar samenhang verliest, terwijl een nieuwe vorm nog niet is ontstaan. Chaos is dan geen afzonderlijke kracht, maar een toestand tussen wat niet langer werkt en wat nog geen vaste plaats heeft gekregen.
Aan het begin van Genesis wordt de aarde beschreven als Tohu va-vohu (תֹהוּ וָבֹהוּ), meestal vertaald als ‘woest en ledig’ of ‘vormloos en leeg’. Deze Bijbelse uitdrukking is niet zonder meer hetzelfde als de Luriaanse Wereld van Tohu. Toch verwijzen beide begrippen naar een werkelijkheid waarin krachten of mogelijkheden nog niet binnen een duurzame samenhang kunnen functioneren. In het scheppingsverhaal gaat vormloosheid vooraf aan het onderscheiden van licht en duisternis, water en land, en aan het verschijnen van leven.
Het scheppingsproces kan vanuit twee richtingen worden onderzocht. Vanuit de Bron beweegt het van Licht Oneindig naar steeds meer begrenzing en vorm. Vanuit de menselijke wil beweegt het van een nog innerlijke mogelijkheid naar een zichtbare handeling of creatie. In beide richtingen ontstaat een moment waarop een mogelijkheid haar oude toestand moet verlaten zonder al volledig in haar nieuwe vorm aanwezig te zijn.
De Sefirot van de Levensboom bieden een taal om deze beweging te beschrijven. In de technische structuur van een Partsuf worden Rosj, Toch en Sof onderscheiden: Hoofd, innerlijke ontvangst en Einde. In een vereenvoudigde lezing van de Levensboom kunnen Keter, Chochma en Binah met de verborgen oorsprong en richting van een proces worden verbonden. De zes Sefirot van Chesed tot en met Yesod vormen vervolgens een samenhangende structuur die Zeir Anpin (זְעֵיר אַנְפִּין) wordt genoemd. Malkhut ontvangt wat in deze zes eigenschappen is ontwikkeld en brengt het tot uitdrukking.
De titel ‘tussen zes en zeven’ verwijst naar de overgang van deze zes Sefirot naar Malkhut, de zevende binnen de onderste groep van zeven. Yesod is daarbij de negende Sefira van de volledige Levensboom, maar de zesde en laatste binnen Zeir Anpin. In Yesod worden de verschillende invloeden verzameld en met elkaar verbonden voordat zij aan Malkhut worden doorgegeven.
Yesod wordt verbonden met Brit (בְּרִית), het verbond. Een verbond geeft continuïteit aan een proces: het houdt een richting vast wanneer de oorspronkelijke inspiratie of zekerheid niet meer vanzelfsprekend aanwezig is. Wanneer verbinding, samenhang of toewijding ontbreekt, kan juist aan het einde van deze zesde fase chaos ontstaan. De verschillende krachten zijn dan wel aanwezig, maar vormen nog geen betrouwbaar fundament voor de uiteindelijke manifestatie.
Ook de overgang naar Malkhut kan chaotisch worden. Malkhut vraagt niet alleen om het ontvangen en zichtbaar maken van wat eraan voorafging, maar ook om voltooiing. Een creatie moet op een bepaald moment worden losgelaten en een eigen plaats in de werkelijkheid krijgen. Wie blijft ingrijpen, verbeteren of vasthouden, kan verhinderen dat het proces werkelijk wordt afgerond.
In deze betekenis wordt Malkhut ook verbonden met de zevende dag, de Sjabbat (שַׁבָּת). Na zes dagen van scheppen volgt geen zevende scheppingshandeling, maar rust. Rust betekent hier niet dat het proces onbelangrijk wordt, maar dat het werk voldoende voltooid is om zonder verdere ingreep te kunnen bestaan. Het vermogen om te stoppen en los te laten behoort daardoor eveneens tot creativiteit.
Deze beweging is niet beperkt tot de technische taal van de Kabbala. Zij kan worden herkend in relaties, kunst, onderzoek, onderwijs en persoonlijke ontwikkeling. Soms ontstaat chaos doordat een verbintenis niet wordt vastgehouden. Op andere momenten ontstaat zij juist doordat iemand een voltooide vorm niet kan loslaten. In het eerste geval ontbreekt het fundament; in het tweede geval krijgt het resultaat geen ruimte om zelfstandig te bestaan.
Een Tikkoen binnen Yesod kan bestaan uit het herstellen of vernieuwen van het verbond: opnieuw bepalen waaraan iemand zich verbindt en welke richting wordt vastgehouden. Een Tikkoen binnen Malkhut kan juist vragen om afronding en loslaten. Beide bewegingen herstellen de mogelijkheid om van zes naar zeven te gaan, van ontwikkeling naar manifestatie.
Chaos garandeert niet dat er vanzelf iets nieuws of beters ontstaat. Zij kan wel zichtbaar maken dat de bestaande ordening niet langer voldoende is. Wanneer opnieuw verbinding wordt aangebracht en op het juiste moment wordt losgelaten, kan de ruimte tussen zes en zeven veranderen van een breuk in een overgang. Wat eerst als wanorde verscheen, kan dan het begin blijken van een nieuwe vorm.


