Shiur Komah (שיעור קומה) betekent letterlijk ‘de maat van de gestalte’ of ‘de hoogte van de vorm’. De term komt ook voor in oudere Joodse mystieke teksten, waarin op symbolische en sterk antropomorfe wijze over de goddelijke gestalte wordt gesproken. In de technische taal van de Kabbala verwijst Shiur Komah echter niet naar fysieke afmetingen van God. EinSof kan niet worden gemeten of binnen een gestalte worden begrensd. Het begrip beschrijft de hoogte, het bereik of het niveau van een spirituele graad.

De relatie tussen Shiur Komah en de Partsufim, het meervoud van Partsuf, is nauw verbonden met het ontstaan van deze spirituele structuren. Een Partsuf is geen afzonderlijke manifestatie van God, maar een geordende verhouding tussen Licht en vat. Binnen deze verhouding bepaalt de Masach, het scherm, op welke wijze het Licht kan worden ontvangen.

Wanneer het directe Licht de Masach bereikt, wordt het niet eenvoudig doorgelaten of door een filter verzwakt. Deze ontmoeting tussen Licht en Masach wordt Zievoeg de Hakaa genoemd, letterlijk ‘verbinding door botsing’. Daarmee wordt geen fysieke botsing bedoeld, maar een spirituele interactie waarbij het vat de automatische ontvangst van het Licht eerst begrenst en bepaalt wat met de juiste intentie ontvangen kan worden. Hierdoor ontstaat een teruggaande beweging: Ohr Chozer, het terugkerende Licht. Dit terugkerende Licht kan het directe Licht als het ware bekleden en bepaalt daardoor welke spirituele hoogte de Partsuf bereikt.

De kracht en de Avioet van de Masach bepalen de Shiur Komah. Wanneer de volledige intensiteit van het verlangen in de juiste verhouding kan worden gebracht, bereikt de graad het niveau van Keter. Bij een geringere Avioet reikt de graad tot Chochma, Binah, Zeir Anpin of Malkhut. De hoogte van een Partsuf is daarom geen ruimtelijke afstand, maar een aanduiding van de mate waarin het Licht binnen een passende vorm ontvangen kan worden.

Vijf stenen openingen van verschillende hoogte laten hetzelfde gouden daglicht telkens met een ander bereik binnen

Elke Partsuf heeft zo een eigen Shiur Komah. Dat betekent niet dat iedere Partsuf een afzonderlijke vorm of afmeting van God vertegenwoordigt. De maat beschrijft de capaciteit en het bereik van het vat binnen een bepaalde spirituele graad. De Masach vormt daarbij geen hindernis die de goddelijke overvloed eenvoudig tegenhoudt, maar de voorwaarde waardoor het Licht in een geordende verhouding ontvangen kan worden.

De wisselwerking tussen Licht, Masach en Partsufim speelt een belangrijke rol in het ontstaan en de structurering van de werelden. Iedere wereld bevat verschillende Partsufim en graden, elk met een eigen bereik en functie. Door deze verschillende maten kan het ene Licht zich binnen uiteenlopende vormen uitdrukken, zonder zelf te veranderen.

Het begrip Shiur Komah nodigt uit tot ontzag voor de ordening van het scheppingsproces. Grootsheid betekent hier niet dat iets onbeperkt groot is, maar dat een vorm haar volledige bereik kan verwezenlijken. Ook in de menselijke ervaring kan dit als allegorie worden gelezen. De werkelijke maat van een mens wordt niet alleen bepaald door wat iemand weet of bezit, maar door de mate waarin verlangen, begrenzing en handelen tot een samenhangende vorm kunnen worden gebracht.