In het vorige artikel over Eigenschappen (Midot) werd beschreven hoe innerlijke eigenschappen pas werkelijk tot ontwikkeling komen wanneer zij met andere eigenschappen worden verbonden. Een belangrijke vorm van deze verbinding is de wisselwerking tussen geven en ontvangen. Beide zijn fundamentele bewegingen van de ziel en kunnen niet los van elkaar bestaan.
Geven wordt vaak als actief gezien en ontvangen als passief. Toch is ontvangen meer dan wachten op wat van buiten komt. Werkelijk ontvangen vraagt om openheid, aandacht en het vermogen om het ontvangene een plaats te geven. Een inzicht dat niet wordt verwerkt, blijft buiten de mens staan. Liefde die niet kan worden ontvangen, bereikt haar bestemming niet. Ontvangen is daarom zelf een innerlijke handeling.
Ook geven is niet eenvoudig het overbrengen van iets wat iemand bezit. De gever moet waarnemen wie of wat tegenover hem staat. Wat heeft de ander nodig? Hoeveel kan worden ontvangen? In welke vorm kan iets worden aangeboden? Zonder deze ontvankelijkheid kan geven veranderen in opdringen, overheersen of een poging de ander naar het eigen beeld te vormen.
Binnen de Kabbala wordt de schepping beschreven als een verhouding tussen Licht en vat. Het Licht vertegenwoordigt de vervullende en gevende kracht; het vat is het verlangen dat het Licht ontvangt. Deze twee zijn geen onafhankelijke werkelijkheden. Licht wordt pas als Licht herkenbaar wanneer het wordt ontvangen, terwijl een vat zonder mogelijke vervulling leeg blijft.
Het scheppingsproces laat bovendien zien dat geven begrenzing nodig heeft. Het goddelijke Licht kan niet zonder maat binnen de schepping verschijnen. Het wordt door de Sefirot en de werelden begrensd, geordend en aangepast aan het vermogen van de ontvanger. Begrenzing is hier geen ontkenning van het geven, maar maakt het geven mogelijk.
Dit beginsel kan ook in menselijke verhoudingen worden herkend. Niet alles wat gegeven kan worden, kan op ieder moment worden ontvangen. Een leraar moet een inzicht aanpassen aan de leerling. Een ouder moet geleidelijk ruimte maken voor de zelfstandigheid van een kind. Een vriend moet soms spreken en soms juist luisteren. Geven vraagt daardoor niet alleen vrijgevigheid, maar ook terughouding en gevoeligheid voor de vorm van de ontvanger.
Ontvangen betekent evenmin dat iemand zichzelf zonder onderscheid door de gever laat vormen. De ontvanger verwerkt wat wordt aangeboden vanuit de eigen geschiedenis, verlangens en eigenschappen. Daardoor krijgt het ontvangene een nieuwe vorm. Zelfs wanneer twee mensen dezelfde woorden horen, ontvangen zij niet precies hetzelfde. Ieder vat geeft door zijn eigen vorm een andere uitdrukking aan het Licht.
Ieder mens is daarom zowel gever als ontvanger. In de traditionele kabbalistische taal worden deze bewegingen soms mannelijk en vrouwelijk genoemd. De uitspraak ‘mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen’ verwijst binnen deze symbolische lezing naar krachten die in ieder mens werkzaam zijn. Het gaat niet om een vaste verdeling tussen mannen en vrouwen, maar om de voortdurende beweging tussen naar buiten treden en openstaan, tussen vormgeven en gevormd worden.
Wanneer geven en ontvangen van elkaar worden losgemaakt, kunnen beide hun verbinding met het geheel verliezen. Geven zonder te kunnen ontvangen kan voortkomen uit de behoefte onmisbaar te zijn, controle te houden of bevestiging te krijgen. Ontvangen zonder te kunnen geven kan ertoe leiden dat alles naar het eigen verlangen wordt toegetrokken en daar blijft stilstaan.
In de taal van het vorige artikel kan dit worden verbonden met de Midot de Tohu. In Tohu werkt iedere eigenschap met grote kracht, maar zonder voldoende verbinding met de andere eigenschappen. De gever ervaart dan vooral zijn behoefte om te geven en verliest de ontvanger uit het oog. De ontvanger richt zich volledig op wat hij verlangt en verliest het vermogen om het ontvangene verder te ontwikkelen of door te geven.
Binnen Tikkoen ontstaat een andere verhouding. De gevende beweging neemt iets van het ontvangen in zich op: aandacht, luisteren en het vermogen zich te laten beïnvloeden door de ander. De ontvangende beweging neemt iets van het geven in zich op: verwerking, beantwoording en het verder laten stromen van wat ontvangen is. Beide krachten blijven onderscheiden, maar functioneren niet meer afzonderlijk.
Een mens die ontvangt, kan door die ontvangst zelf een gever worden. Kennis wordt ontvangen en later doorgegeven. Zorg die iemand heeft ervaren kan het vermogen wekken om voor een ander te zorgen. Zelfs het werkelijk aannemen van een geschenk kan iets aan de gever schenken: de bevestiging dat zijn gave een bestemming heeft gevonden.
Daarom is ontvangen niet minder spiritueel dan geven. De vraag is niet uitsluitend hoeveel iemand geeft of ontvangt, maar met welke bedoeling en binnen welke verhouding dit gebeurt. De menselijke wil hoeft het ontvangen niet te vernietigen. De bedoeling van het ontvangen kan veranderen, zodat het ontvangene niet alleen voor het eigen genoegen wordt vastgehouden, maar een bron wordt waaruit opnieuw kan worden gegeven.
Hechte relaties maken deze patronen zichtbaar. Daar blijkt vaak of iemand gemakkelijker geeft dan ontvangt, hulp aanbiedt maar moeilijk hulp aanneemt, veel ruimte inneemt of zichzelf juist voortdurend terugtrekt. Zulke patronen hangen samen met de dominante eigenschappen die diep in de persoonlijkheid zijn geworteld.
De wisselwerking tussen geven en ontvangen begint daarom met zelfonderzoek. Wat gebeurt er wanneer iemand iets wil schenken maar de ander het niet aanneemt? Wat wordt gevoeld wanneer hulp nodig is? Kan wat ontvangen wordt werkelijk worden opgenomen, of ontstaat onmiddellijk de behoefte iets terug te doen? En kan een gave worden aangepast aan de ontvanger zonder haar eigen betekenis te verliezen?
In deze vragen wordt geven en ontvangen een oefening in verbinding. De gever leert ruimte te maken voor de ontvanger. De ontvanger leert het ontvangene een nieuwe vorm en richting te geven. Zo ontstaat geen gesloten uitwisseling tussen twee afzonderlijke mensen, maar een doorgaande beweging waarin wat wordt ontvangen opnieuw kan gaan stromen.


